“Wat heeft jullie geïnspireerd tot het schrijven van “Bevlogen als vogels”..
NOU... ik was twee jaar (of iets langer) geleden het boek "De Kathedraal" aan het lezen. "Mijn favoriete boek" besloot ik toen ik het uit had. Het gaat over de bouw van een kathedraal in het oude Engeland van zo'n duizend jaar geleden. In die tijd was Godsdienst het enige wat de mensen hadden en de priesters waren hooggeplaatste onaantastbare figuren die vaak ook misbruik maakten van hun positie omdat mensen doodsbang waren voor God en de duivel en ze geloofden dat de priesters in nauw contact stonden met God. De bouw van een kathedraal duurde wel honderd jaar en hele generaties mannen werkten hun hele leven lang aan zo'n gebouw. Om daar elke dag te kunnen zijn bouwden de werkmannen dus ook hun huis dichtbij de bouwplaats en zo ontstonden de eerste steden die weer gestuurd werden door landheren die aangesteld moesten worden door de koning, waar uiteraard veel corruptie in het spel was. Hoe groter de steden werden, hoe meer problemen er kwamen waarvoor weer regels en wetten moesten worden opgesteld door de koning... kortom... Door de bouw van Kathedralen is de hele wetgeving en zo de hele wereld zoals die nu is, ontstaan. Allemaal lezen dat boek.. wel erg dik... Maar dat boek was ik dus aan het lezen en in diezelfde periode had ik ook weer een cd'tje in de auto met een muziekje van Japie en een melodie. De melodie die later "Bevlogen als vogels" werd. Ik wilde voor het refreintje een tekst die op verschillende plekken rijmde en dacht ineens weer aan het boek en zo viel de zin "De kathedralen die bepalen wat je vreest" precies op een bepaalde plek in die melodie. Hoe vervolgens de eerste zin "Ik ben de geesten die me voor zijn geweest" in me op kwam weet ik niet meer precies maar toen die zin er was, toen was de strekking van het verhaal gelijk duidelijk. Doordat die kathedralen daar staan, die ooit gebouwd zijn door mensenhanden, heeft de hele wereld z'n vorm gekregen. Wij zijn die kathedraal, wij zijn de geesten, de boeren, de keizers, de hoeren, de wijzen en de dominee... wij zijn de geschiedenis... wij zijn de wereld en zo zou je dus ook kunnen zeggen dat wijzelf de God zijn die we vrezen of aanbidden. In het couplet hield ik het wat luchtiger door in de tekst te vertellen over onze reislust. Dat we als toeristen en ontdekkingsreizigers het liefste zoveel mogelijk van de wereld willen zien en daar onze voldoening uithalen maar voor Japie de Witte bleek het een uitgelezen kans om zijn levenslange twijfel over het geloof in God op te schrijven in het tweede gedeelte. Zo is het dus een machtig interessante tekst geworden uiteindelijk. Voor de doorsnee radioluisteraar wellicht iets te vergezocht zodat het wederom geen grote hit werd.


