BLOG

Vive la France (maar er kan er maar eentje de beste zijn natuurlijk)

16 juni 2008

“Morgen gaan we alweer terug..” Het is zo’n gedachte die bij negen van de tien bekend in de oren klinkt als het over vakantie gaat. Op die laatste dag van de vakantie is iedereen altijd een beetje weemoedig, tenzij het natuurlijk geen leuke vakantie is geweest. Mijn ouders bijvoorbeeld zijn twintig jaar geleden gestopt met op vakantie gaan omdat ze het nergens leuker vinden dan in hun eigen huis, in hun eigen bed en onder hun eigen douche. Ze  vragen zich ook ieder jaar weer af van wie ik dat in Godsnaam toch heb, dat reislustige. Het is dat ik qua uiterlijk zowel op mijn vader als mijn moeder lijk anders hadden ze jaren geleden al een grondig DNA-onderzoek ingesteld... maar enfin.... we zijn dus in Frankrijk nu terwijl ik dit schrijf en morgen gaan we alweer terug. Ik heb tot het laatste moment gewacht met mijn verhaal zodat ik eerst rustig kon nadenken waarover ik zou gaan schrijven aangezien het niet bepaald een “doe-vakantie” is geweest. Het enige wat we zo’n beetje gedaan hebben is liggen, lezen, eten en wijn-drinken.. want daar is dit landgoed voor gebouwd...trouwens daar is dit hele land voor gebouwd. Zelfs God Himself schijnt hier vaak te verblijven.
Ik weet nog goed... bijna twee jaar geleden, augustus 2006. Het hele voorjaar hadden we doorgebracht op een veel te warm zolderkamertje bij Jaap Kwakman boven waar onze home-studio toen nog stond. Het jaar ervoor hadden voor het eerst een cd-tje uitgebracht in het dorp genaamd “3js dansen op de dijk” en daarmee hadden we de Nederlandstalige smaak te pakken gekregen... en niet alleen wij maar ook een heel groot deel van Volendam... ruim 2000 huisgezinnen om precies te zijn. Het geld dat we ermee verdiend hadden investeerden we weer in onze studio en in de opnames voor een volgend album. Het was alleen wel heel belangrijk dat dat tweede album dan VOOR de bouwvak in de Volendamse platenwinkels te koop zou zijn want dan konden onze dorpsgenoten het meenemen op hun vakanties zodat ze het vervolgens twee weken lang uit het hoofd zouden kunnen leren. Wij treden tijdens de Volendammer kermis (die altijd zo’n twee a drie weken na de bouwvak is) namelijk altijd op en dan zou het natuurlijk leuk zijn als de mensen onze nieuwe liedjes al konden meezingen...
Zo gezegd zo gedaan. Tijdens dat snikhete voorjaar (jullie weten waarschijnlijk niet meer dat het toen zo heet was maar wij dus wel) zaten wij op dat kamertje te ruzieen over die liedjes en de bijbehorende arrangementen onder een veel te hoge druk met een veel te krappe deadline. Japie K. vindt dat dan achteraf altijd leuk en zal ook nooit in de gaten krijgen dat ik het helemaal niet zo leuk vind maar goed... toen kon het even niet anders en de deadline was zelfs zo krap dat ik op de allerlaatste vrijdag voor de vakantie om half 4 ’s middags persoonlijk de dozen met cd’s afleverde bij de platenwinkels... warm uit de drukkerij vandaan. Het lokale album “Liedjes in de toon van het leven” was geboren. Jaapio was enkele dagen daarvoor volledig overspannen samen met Jenny vertrokken voor een soort van rondreis door Frankrijk met zijn auto. Ik moest het laatste traject van het album maar op me nemen want hij zat er helemaal doorheen. Nou ja, wat er na het uitkomen van het album in Volendam gebeurde is geschiedenis en hebben we bovendien al heel vaak verteld. Het heeft geleid tot een platencontract aan het einde van datzelfde jaar en Nederland zal nooit meer van ons af komen maar daar wilde ik het nu niet over hebben. Twee weken erna namelijk kwam Jaap terug van die vakantie en ik had hem op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen omdat ik niet op vakantie was gegaan en Jaap was, zoals de meeste mensen die net terug zijn van vakantie, helemaal weer nieuw en opgeladen en vol met grootse plannen... en niet zomaar plannen. Hij was op zijn reis door Frankrijk terecht gekomen op een landgoed van een Nederlands echtpaar die met hun kinderen zo’n zeven jaar eerder uit Nederland waren vertrokken om in Frankrijk een nieuw leven op te bouwen. Ze kochten een stuk land in de Franse Limousin-streek van tien hectare met daarop een enorme, totaal vervallen schuur van dertig meter lang met een aantal kleinere bijgebouwtjes. Het plan was om de schuur op te knappen en er hun huis van te maken..maar dan wel een huis met een heleboel vertrekken dat onderdak kon bieden aan vele gasten. Ook de bijgebouwtjes zouden stap voor stap onder handen worden genomen en omgetoverd tot kleine Franse vakantiehuisjes oftewel “gites”.  Wat ze in de jaren erna hebben opgebouwd is werkelijk niet te geloven.. Een klein privéparadijsje op aarde. God is er nooit te gast geweest als ik hen moet geloven maar hemels is het er in ieder geval. De vrouw des huizes is makelaar van beroep en houdt zich dus bezig met de verkoop van grond en huizen in die streek en daarover had Jaap zich dus laten inlichten en met z’n lichaam uitgerust en een hoofd vol nieuwe plannen kwam hij terug in Volendam. “We gaan een huis bouwen in Frankrijk Jan...ik ben eruit”. Jaap heeft aan mij altijd een goeie partner voor zijn plannen want ik wil altijd meedoen..ook als ik denk dat het onmogelijk is... en dat dacht ik nu ook maar Jaap had er echt goed over nagedacht. “We bouwen een huis van piepschuim samen met Niels.” Niels is een gezamenlijke vriend van ons en hij is architect van beroep en gespecialiseerd in het bouwen met piepschuim in plaats van stenen. De details over deze bouwstijl zal ik jullie besparen en voor de echte geïnteresseerden is er wel wat bij google te vinden maar Niels bleek ook niet afwijzend tegenover de plannen van Jaap. Hij zag het zelfs als een uitdaging aangezien er nog nooit een vrijstaand landhuis in Franse stijl gebouwd is met piepschuim. Hij bracht nog een vierde compagnon in genaamd Tom..

...ook een handige jongen en bovendien mede-eigenaar van een groothandel in bouwmaterialen (ook niet ongunstig) en voordat we het wisten waren we met z’n allen weer terug in Frankrijk en kochten we een stuk land van 4000m2 (80mx50m) waarop we konden bouwen. Voor de minder snelle rekenaars: dit is dus nog nieteens een halve hectare om maar aan te geven hoeveel 10 hectare land is. Ook Niels en ik en de meiden werden even snel verliefd op de streek en vooral ook op het huis van het stel (ook twee J’s overigens maar dat is puur toeval) dat we als voorbeeld hebben genomen voor het huis dat wij dan wilden gaan bouwen. Ook oud-en nieuw vierden we dat jaar bij hun en in het najaar van vorig jaar 2007 kon de bouw beginnen. Alles heel rustig aan nog natuurlijk oftewel: ‘met de Franse slag’ maar tijdens de afgelopen oud-en nieuw-week legden we met z’n achten eigenhandig de betonfundering van ons huis.

Vanaf toen is het in een stroomversnelling geraakt en op dit moment staat er een ongelofelijk groot gebouw waaraan aan de buitenkant al niet meer te zien is dat het van piepschuim is. Ra ra hoe kan dat?... tja... misschien is er bij google één en ander te vinden...but anywees... heel stoer allemaal want ik had mezelf altijd wijsgemaakt dat ik twee linkerhanden heb maar het laatste jaar ben ik er toch nog op tijd achter gekomen dat ik toch ook één rechter heb. Ook ben ik begonnen met het bijspijkeren van mijn Frans waar ik mee gestopt was toen ik het vak liet vallen na de tweede klas van de havo. Steeds als ik even tijd heb (vooral achter in de auto naar optredens) dan pak ik mijn Franse les-boekje. Ik ben er wel achter dat het op deze manier nog tien jaar gaat duren maar goed... beter dan helemaal nooit.
Niels besloot op zijn beurt om de Franse spirit erin te houden door zijn vriendin Dianne ten huwelijk te vragen en dit te laten inzegenen in een Franse kerk in dezelfde streek niet ver van ons huis en dat was de reden waarom wij deze afgelopen week voor de zoveelste keer naar Frankrijk gingen. Niet om te werken maar om een weekje vakantie te vieren met als hoogtepunt de trouwdag van Niels en Dianne.

Alle naaste familieleden verbleven ook in het paradijsje van de twee J’s en zo werd het een bijna onwerkelijk sfeertje daar midden op het Franse platteland met alleen maar vrienden en familie. Vrijdag de 13e juni hadden ze uitgekozen als trouwdag. Niels en Dianne zijn kennelijk niet bijgelovig en tartten het noodlot door deze datum uit te kiezen maar daar zouden ze later toch enigszins spijt van krijgen. Jaap en ik werden een uur voor de dienst verwacht in het kerkje omdat wij het geheel muzikaal zouden opleuken. We werden ’s ochtends om 11 uur ontvangen door de Nederlandse pater Fransiscus.. oftewel Fransie. Fransie zag ons in de verte al aankomen en nam ons gelijk mee naar een klein terrasje waar hij, om het ijs te breken, de kelen te smeren of gewoon omdat hij zelf waarschijnlijk altijd heel veel dorst heeft, drie sterke drankjes bestelde waarna hij begon te vertellen in zijn ietwat gebrekkige Nederlands omdat hij namelijk vijftig jaar geleden al vertrok uit Brabant richting Frankrijk in de naam van God. Via Parijs is hij vervolgens in deze streek terecht gekomen en hij heeft werkelijk zijn handen vol met kerkdiensten, trouwmissen en begrafenissen. Een heel bijzonder oud mannetje die heel snel praatte en bij ons ontzettend op de lachspieren werkte.

De huwelijksceremonie zou er één worden om nooit te vergeten. Natuurlijk door de plek waar het gebeurde, door de geestige en ongedwongen manier waarop Fransje het huwelijk voltrok maar vooral door de brand die uitbrak toen iedereen na afloop buiten stond te wachten en te klappen voor het bruidspaar dat als laatste naar buiten kwam.
Eén van de grote kaarsen die naast het altaar stond te branden had op een duistere manier een klein maar gevaarlijk brandje veroorzaakt en dit werd net op tijd opgemerkt door Ruben, de broer van Niels, tegenwoordig beter bekend als “de vuurvechter van Chaillac”, die door de ingezoomde lens van zijn fototoestel het vuur zag oplaaien. Hij snelde zich door de kerk in de richting van het altaar en maakte een kom van z’n twee handen die hij vervolgens vulde met wijwater waarmee hij het vuur besprenkelde. Dit herhaalde hij vervolgens nog een aantal keren waarna hij overging tot het betere blaas- en uittrapwerk. Pater Fansiscus die zich net had omgekleed voor zijn volgende klus, een begrafenis twee dorpjes verderop, kwam erbij staan met een grijns op z’n gezicht en vertrok verder geen spier alsof hij wist dat Ruben door God gezonden was om het vuur te blussen. Nou ja, God weet dan in ieder geval de juiste mensen voor de juiste taken aan te wijzen want Ruben doofde het vuur op voortreffelijke wijze en hield daarmee het hart van het dorpje Chaillac kloppende.
Het feest ging verder op het land van J&J met een overvloed aan champagne en wijn. Het weer was boven verwachting goed en in het zonnetje werd het hele gezelschap al snel lekker melig. De tijd ging snel voorbij en zo belandden we aan het eind van de middag met z’n allen halfdronken in het prachtige grote zwembad omringd door kleine palmboompjes dat J&J een half jaar geleden hebben aangelegd. De decadentie ten top en als klap op de vuurpijl was er nog de voetbalwedstrijd waarvoor we speciaal een schotel en een beamer hadden meegenomen uit Nederland zodat we met z’n allen naar een gigantisch groot beeldscherm konden kijken naar de prestaties van “onze jongens in het oranje”. Jaap en ik zijn geen groot voetballiefhebbers en zo zijn er in Nederland nog wel een paar miljoen die alleen kijken als het Nederlands elftal speelt maar tjongejongejonge.... Alles over de wedstrijd zelf is al gezegd maar wij hebben denk ik nog nooit zo hard gejuicht. Bij de laatste goal ging ik bijna van me stokje van blijdschap. Na de wedstrijd hebben Jaap en ik nog een akoustisch mini-concertje gegeven samen met Ruben die ook heel knap piano speelt en daarvoor het keyboard van J&J gebruikte. We speelden net zolang tot we er alledrie achter kwamen dat de drank ons overmeesterd had en toen zijn we stilletjes vertrokken naar onze slaapkamers. Een perfect einde van een meer dan geslaagde dag. Dat was gisteren dus en nu is het vandaag. Het laatste dagje liggen, lezen, slapen, eten en wijndrinken (zij het vandaag heel weinig) en morgen gaan we alweer terug.

 

 

Reageer als eerste
om berichten te plaatsen