BLOG
Koken met Japie de Witte deel 6
"Vrede zij met u, moge zuurkool met vette jus voor eeuwig uw deel zijn."
Al heel lang had ik een van mijn prachtartikelen willen openen met deze gloedvolle spreuk van de helaas te vroeg overleden, Zeeuwse visionair, dominee Gé Bommers. Want laten we wel zijn, We kunnen grote wijsheid vergaren en geestelijke balans bereiken... met een lege maag wordt alles zeer betrekkelijk en vaak zelfs een beetje kloterig. Mijn voorkeur voor de oude Hollands pot, zal inmiddels wel bekend zijn bij de vaste lezers van deze rubriek, daarom ook nu weer een eenvoudig doch voedzaam gerecht. Meelspijs, schaft de pot, en wel Broeder/ Jan in de zak.
Een gerecht met een opmerkelijke bereidingswijze, immers, kent u een ander gerecht dat in een zak wordt gepropt en vervolgens in water vier dagen moet koken totdat zich een rubberachtige substantie heeft gevormd, die nauwelijks te eten is? Maar... je zal maar honger hebben, en honger, daar wisten onze voorouders alles van. Zowiezo al een wonder dat men onder die omstandigheden nog zin had om zich voort te planten, Waardoor ik dit stukje nu kan schrijven. Voordat ik overga tot het feitelijk recept, iets met meel, eieren en kokend water, eerst even iets over de geschiedenis van dit middeleeuwse gerecht. Jawel, de Broeder/ Jan in de zak, is heel heel oud en heeft daarom een kleurrijke geschiedenis. Die geschiedenis is zelfs interessanter dan de meelbrij zelf.
Bijverschijnselen, daar gaat het over. Ik moet u even waarschuwen, het vervolg van dit verhaal is niet steeds even fraai en de volgende feiten zijn daarom ook niet algemeen bekend. Eerst even iets wetenschappelijks. In tijden dat er nog geen strenge controle op voedsel bestond, kwamen er vaak ingrediënten in het eten terecht die je er beter niet in kan hebben. De afschuwelijkste kwalen waren dan vaak het gevolg. Zo was er het beruchte 'moederkoren', een mutatie van bepaalde korengewassen die, als ze bijvoorbeeld in het brood terecht kwam, tot vreselijke hallucinaties, waanzin en de dood kon leiden. Het probleem met Broeder/ Jan in de zak, was dat de meelsoort waarmee het gerecht werd bereid, nogal gevoelig was voor schimmelvorming. De molenaar die verantwoordelijk was voor de kwaliteit van het meel, nam het niet zo nauw. De tijden waren moeilijk en meel weggooien was uit den boze. Door de bereidingswijze van de Broeder, de lange kooktijd, werd de giftigheid van de meelschimmel sterk verhoogd. Te proeven of ruiken was dit niet, en ja.. dan had je de poppen letterlijk aan het dansen. Dat was namelijk het effect op het menselijk lichaam als de giftige schimmel in het lichaam opgenomen werd. Dansen. Ja, nee niet lekker ontspannen een beetje swingen, zoals onze onvolprezen zanger Jan Dulles dat zo mooi kan, integendeel. Rare spastische sprongen werden er dan gemaakt, waarbij soms wel een hoogte van twee meter werd bereikt. Deze toestand kon wel acht uur duren, waarbij het slachtoffer pezen verrekte en spieren en skelet zwaar op de proef stelde. Botbreuken waren ook niet zeldzaam. De uit bijgeloof ontstane therapie bestond uit het volgende ritueel. De vergiftigde persoon moest tienmaal om het dorp heenlopen, hevig geplaagd door spastische sprongbewegingen, terwijl hij het volgende vers moest uitroepen: "O GOD MIJN HOEDER, HET IS HET LOEDER, DE BROEDER. HAD IK HET MAAR GEWETEN, DAN HAD IK HET NOOIT GEVRETEN."
Een bizar verhaal dat ook te maken heeft met deze onvrijwillige spiersamentrekkingen (wetensch. musculaire contracties) werd mij 35 jaar verteld door een hele wijze oudoom, die toen al 95 jaar oud was. Het viel hem niet licht om de gebeurtenissen allemaal nog eens op te rakelen. Hij had het verhaal slechts enkele keren in zijn leven tegen iemand verteld, u zult straks begrijpen waarom. Mijn oudoom die een sterk sociaal-culturele belangstelling had, had in het begin van de 20ste eeuw vaak geassisteerd bij justitiële zaken, ofwel hij hielp de veldwachter soms een handje. In de praktijk betekende dit, dat hij bij ongelukken en sterfgevallen, de familie verwittigde, dat soort dingen. Voor een goed begrip van het volgende verhaal, moet u ook nog even weten, dat behalve de skeletspieren ook de gelaats- en kringspieren heftig konden reageren op de schimmelvergiftiging.
Here's the story.
In het jaar des Heeren, 1908 werd er in het dossier van de veldwachter der gemeente Edam-Volendam het volgende relaas opgetekend. Ik zal het u in mijn eigen woorden vertellen. In die tijd was er in volendam een kleermaker werkzaam. De man die geen volbloed Volendammer was, had zich tot het kleermakersvak laten omscholen, omdat hij vanwege een slechte knie ongeschikt was geworden voor de visserij. Als ambachtsman had hij een goede naam verworven. Zowel de Volendammer bevolking, de boeren uit de regio als enkele welgestelde Amsterdammers behoorden tot zijn klantenkring.
De man had echter een probleem. Een overmatige geslachtsdrift zorgde voor veel onrust in zijn leven. Hij was vrijgezel, wat hem de vrijheid gaf om menig seksueel avontuur aan te gaan met behoeftige vrouwen uit de gemeente. Het mannelijk deel van de dorpsbevolking was vaak dagen lang op zee, zodat er veel gelegenheid bestond om zijn lusten te bevredigen.
Tijdens een van zijn nachtelijke escapades sloeg het noodlot toe. De kleermaker had op dat moment seksuele omgang met een getrouwde, doch kinderloze vrouw. Al maanden lang kwam zij de kleermaker 's nachts bezoeken als haar man op zee was. Ook die nacht gaven ze zich over aan het liefdesspel. Toen zij beiden bijna hun hoogtepunt hadden bereikt, verkrampten de vaginale spieren van de vrouw. Inderdaad, zij had enkele uren daarvoor Broeder/ Jan in de zak gegeten. Het geslachtsorgaan van de man dat natuurlijk in opgezwollen toestand was, kon zich door de afknelling niet meer ontspannen. De man was in de liefdesdaad geketend aan zijn minnares.
Ook het hart is een spier zoals u weet. Bij latere medische reconstructie van dit geval, kwamen artsen tot de conclusie dat de vergiftiging ook het opgewonden hart van de vrouw moet hebben aangegrepen. Het hart stopte met kloppen. De lijkstijfheid, of rigormortis die volgde, zorgde ervoor dat de verbinding van de beide lichamen nog sterker werd.
De kleermaker was een angstig man, er was geen telefoon, zijn enige optie was, om het vrouwenlichaam met hem mee te dragen naar de dorpsarts. Dit zou natuurlijk tot gevolg hebben dat de zaak in de openbaarheid zou komen.
Hij koos voor een ondenkbare oplossing. Redenerend dat het lichaam van de vrouw hem op een bepaald moment wel weer zou loslaten, bracht hij zijn gruwelijke plan ten uitvoer. Hij verwijderde hoofd, handen en voeten van zijn geliefde, dichtte de openingen met een harssoort die hij soms gebruikte in zijn beroep en ontwierp een kostuum waarin hij zichzelf en zijn wederhelft kon kleden. Geluk was dat het hier frêle vrouw betrof, de man zelf was fors gebouwd. Hij bond het levenloze lichaam met riemen aan zich vast, hees zich in het kostuum en bleef zo lang mogelijk thuis. Later, toen zijn voedselvoorraad was uitgeput, begaf hij zich op straat om te winkelen. In het politieverslag wordt vermeld dat enkele dorpelingen de veldwachter zouden hebben aangesproken op het vreemde gedrag van de man. De vermissing van de vrouw was natuurlijk wekenlang het gesprek van de dag.
De kleermaker is op een dag doodziek gevonden, nog steeds innig verstrengeld met zijn onafscheidelijke partner. De stoffen die uitgescheiden worden door een ontbindend menselijk lichaam, waren hem te veel geworden.
Dit is een waargebeurd verhaal. Neem het mij niet kwalijk dat het ik overlever aan volgende generaties. Ik heb het 35 jaar voor mezelf gehouden en voel me hier niet schuldig over.
Bedenk wel, uiteindelijk is het een mooi verhaal over liefde, en de innige band tussen man en vrouw.
Even geen broeder maar.. toch?
J.d. W. kookgek








