BLOG
DOE MAAR een feestje in de Kuip
Ik stond daar donderdag en dacht: Hier ga ik gewoon even een verhaaltje over schrijven. De Kuip... Dat was lang geleden dat ik daar geweest was. Uiteraard niet voor een wedstrijd van Feijenoord want, met alle respect voor de Rotterdammers, daar heb ik helemaal niets mee, nee, dat was destijds bij een concert van Guns ’n Roses. Na dat concert besloot ik nooit meer naar een stadion te gaan voor een concert. Toch zijn er uitzonderingen. U2, Pink Floyd, The Stones of Robbie Williams in de arena... daar wil je dan, ondanks de mensenmassa en het veelal slechte geluid toch weer bij zijn en zo ook bij mijn Nederlandstalige all-time heroes: Doe Maar. Mijn collega’s Jaap en Jaap trekken altijd een heel raar gezicht als ik zo vol lof over deze band spreek maar het heeft te maken met mijn jeugd. Ik heb het al vaker verteld en nu zal ik het een keer schrijven en daarna hou ik erover op.
Ik was zeven jaar oud en alle muzikale bagage die ik had waren een paar LP’s (die grote ronde zwarte dingen die je aan twee kanten kon draaien) van BZN van mijn moeder en die van Vader Abraham en de Smurfen die ik in mijn peuterjaren grijs draaide zoals tegenwoordig peuters hele dagen kunnen kijken naar dezelfde dvd van Ernst, Bobby en de rest ofzo. Totdat bij mij in de tweede klas iemand zei dat hij fan was van Doe Maar. Ik dacht: “fan??...wat is dat??”. Nadat ik dat woord eerst had opgezocht ben ik gaan uitzoeken wat Doe Maar was. Het bleek een Nederlandse band te zijn die op dat moment razend populair was aangezien ik ze ook ineens bij mijn oma thuis in De Story zag staan. Ik ging andere tijdschriften in de gaten houden en het leek wel of ze ineens overal waren. Ook de muziek stond mij wel aan. Wat was dat voor ritme dat steeds in al hun liedjes terugkwam? Ik wist dat toen niet maar kwam er jaren later achter dat dat reggae was en niet door deze Brabanders uitgevonden maar goed... Ik was ook een “fan” geworden. Van mijn moeder leende ik wat geld dat ik natuurlijk nooit terug betaalde om alle albums van Doe Maar op cassettebandjes te kopen en binnen de kotrtste tijd kende ik alle teksten woord voor woord uit m’n hoofd en zong ze keihard mee terwijl ik speelde op mijn zogenaamde “lucht-bas”. Ik speelde beter lucht-bas dan de meeste bassisten het op een echte doen. Dit deed ik allemaal stiekem want mijn moeder hoefde me zo niet te zien met die luchtbas om me nek en al snapte ik de teksten die ik zong niet... ik had wel door dat teksten als “La-je-nie-naja”, “Heroine-Godverdomme” en “Je Loopt Je ### Achterna” niet hoorden bij een kind van mijn leeftijd. Het maakte me wel bijzonder nieuwsgierig. Ga ik dat soort problemen ook allemaal meemaken als ik groot ben? Ik kreeg van mijn ouders een spijkerjasje en kocht tientallen Doe Maar buttons die ik op het jasje speldde en ik was ineens stoer. Ik zorgde er in zeer korte tijd voor dat de hele school wist dat ik een “fan” was... tot aan de grote jongens van de zesde klas aan toe. Des te harder was het hoongelach niet langer dan één jaar daarna toen ineens heel Nederland op z’n kop stond omdat mijn helden aankondigden dat ze ermee stopten. De heren die toen al bijna 40 jaar oud waren konden de druk van het succes en vooral de hordes met gillende meisjes die overal opdoken waar ze zich lieten zien, niet meer aan. Dit fenomeeen (supersterren) was in Nederland nog nooit voorgekomen.
Ze gaven nog één afscheidsconcert dat live op televisie werd uitgezonden en zo kon ik zien hoe honderden meiden letterlijk flauwvielen van verdriet en ter aarde stortten.
Ik wist niet dat het bestond maar vanaf toen dus wel en onbewust heeft dit me toen waarschijnlijk gebracht waar we nu zijn.
De muziek van Doe Maar verdween nooit van de radio want de muziekstijl bleek tijdloos. Ook hun andere Nederlandse generatiegenoten als Het Goede Doel en Toontje Lager, die overigens niet in hun schaduw mochten staan, verdwenen en het was over met de Nederpop. Carnaval-acts als De Havenzangers, daar konden we het verder mee doen. Ook ik gaf het op met de Nederlandstalige muziek en moest wachten tot de jaren negentig begonnen zodat ik me vol overgave op de Amerikaanse grunge kon storten. Ik luisterde alleen nog maar naar Engelstalige muziek en het feit dat er een Nederlander genaamd Marco Borsato ons land kwam veroveren met zijn serieuze nieuwe Nederlandstalige pop ontging mij volledig en deed me bovendien ook helemaal NIKS. Waarschijnlijk onbewust gaf Marco B. toch feitelijk het startschot voor de nieuwe lichting Nederpop en rustig aan kwamen er weer nieuwe kwaliteitsbandjes uit de Nederlandse grond met teksten die weer eens hout sneden met als belangrijkste de Zeeuwse band BlØf, nota bene begeleid door manager Frank van der Meijden, dezelfde die altijd achter Doe Maar had gestaan. Tijdens de zogenaamde Marlboro Flashback Tour, een initiatief waarbij bekende Nederlandse artiesten optredens gaven waarbij ze de muziek van hun eigen idolen speelden, deden de jongens van BlØf een tribute to Doe Maar en Frank van der Meijden nodigde zijn oude bandje uit bij dit concert zodat ze konden zien hoe het publiek nog steeds reageerde op de tijdloze Neder-reggae. Henny Vrienten, Jan Pijnenburg, Ernst Janz en Jan Hendriks die alle vier waarschijnlijk al 15 jaar niet naar de radio hadden geluisterd waren stomverbaasd en lieten zich overhalen voor een reunie-concert in de Ahoy in 2000.
Ik kon m’n ogen werkelijk niet geloven toen ik dit las in de krant. Nooit had ik verwacht dat deze oude mannen het kunstje nog een keer zouden laten zien maar toch... Een paar concerten in Ahoy zouden ze nog geven dus fans moesten er snel bij zijn. Natuurlijk waren er onbeperkt opties voor meerdere concert-dagen maar ik stond ’s ochtends om 7 uur voor het postkantoor in Purmerend met nog honderd fans en wist m’n kaartje te bemachtigen. Uiteindelijk verkochten ze maar liefst 16 concerten uit zodat alle fans van vroeger hun oude idolen nog een keer konden zien. Ikzelf ging heen met een bus vol met vrienden en ik was die dag zo door het dolle heen dat ik me helemaal vol gooide met drank en daar voor het podium zo hard heb staan meezingen en dansen dat ik er de dag erna niks meer van wist behalve dat het een gigantisch feest was. Voor mij was afgelopen donderdag dus eigenlijk een tweede herkansing en die heb ik benut. We stonden redelijk vooraan, het was mooi weer, het geluid was goed, de mensen waren allemaal wederom in een opperbeste stemming en we zongen gewoon met 30.000 mensen wéér al die teksten woord voor woord mee terwijl we uiterst relaxed stonden te “skanken” (ultra relaxede reggae-dans uitgevonden op Jamaica) en ik betrapte mij er zelfs af en toe op dat ik mijn lucht-bas akkoorden nog kende. Eén van de hoogtepunten van de avond was het gastoptreden van Joost Belinfante, Doe Maar bandlid van het eerste uur, met zijn ode aan de meest interessante plant ter wereld. Die mooie plant, die welriekende plant, die grote, die sterke, ja... die nuttige plant. Het gaat over de Cannabis Sativa Hollandica ofteweeeeeeeeeel: Nederwiet. En het hele stadion zong: Nederwiedewiedewiet...... wiedewiedewiet!!!
Voor de nieuwsgierigen die er niet waren.. youtube staat ondertussen vol met filmpjes. Tijdens de toegift zetten de mannen het lied “De laatste keer” in en Henny vertelde: “Elke keer als wij vroeger “De laatste keer” speelden dan dachten de fans dat het echt de laatste keer zou zijn...nu kan ik jullie melden dat deze keer absoluut NIET de laatste keer zal zijn”. Alle fans juichten van blijdschap en opluchting en ik dacht: “Doe Maar!” “Doe Maar nog een paar jaar”.








