3JS-travel aflevering: THAILAND
dag 1:
Siam heette het vroeger in de tijd dat de lucht nog schoon was en sex vies. In die tijd dat wij vanuit het Koninkrijk der Nederlanden ook nog heel graag handel met ze dreven. In die tijd gingen we natuurlijk niet heen vanaf Schiphol met een Boejing 747 maar met onze roemruchte VOC-schepen om vervolgens handenwrijvend terug te varen, niet met koffers vol met nep-artikelen maar met de ruimen vol met exclusieve specerijen. Nederland kon altijd al goed opschieten met de Siamezen, zo niet de Fransen, die het land ook ontdekten en het zichzelf voor een gedeelte toe-eigenden tot groot ongenoegen van die Siamezen die op een gegeven moment besloten een klein gedeelte van hun land voor altijd af te staan aan Frankrijk in ruil voor onafhankelijkheid van het overgebleven deel. Zo kregen de Fransen twee gebieden cadeau die de namen Laos en Cambodja kregen en het overgebleven gebied werd Thailand genaamd wat niets meer betekent dan “Vrij land”.....
Dit was één van de eerste verhalen die we vandaag te horen kregen van onze privé-gids Joe en er zouden er, alleen vandaag al, nog honderd volgen. Het was een hele lange vlucht van ruim tien uur, vooral omdat ik die hele vlucht lang geen seconde heb geslapen. Dan duurt zo’n vlucht lang. Toen we aankwamen stond Joe op ons te wachten en we konden gelijk instappen in zijn luxe auto die voor ons klaar stond met chauffeur.. wat een weelde. Joe is geboren in Thailand en heet eigenlijk Cho of zoiets maar Joe vinden wij cooler klinken dus. Hij spreekt behoorlijk goed Nederlands omdat hij in Nederland een management opleiding heeft gevolgd en wel in Amsterdam. Toen ik al enigszins verbaasd opmerkte dat wij vlakbij Amsterdam wonen voegde hij er nog aan toe dat hij de opleiding heeft gevolgd aan de Hogeschool voor Economische Studies oftewel de HES. ‘Ongelofelijk, riep ik nog verbaasder,.... op die school heb ik zelf ook een tijdje gezeten. “Zo zie je maar hoe klein de wereld is", lachte Joe, waarmee hij ook nog eens de woorden uit m’n mond haalde. Het ijs was snel gebroken mede dankzij de 35 graden buiten. Joe had een goed plan: Aangezien wij voor vandaag geen plannen hadden leek het hem leuk voor ons om het hele schema van morgen gelijk vandaag uit te voeren zodat hij ons morgen kon meenemen naar twee andere niet te missen excursies in Bangkok.. wij zouden ook maar twee dagen in Bangkok blijven dus moesten zoveel mogelijk zien te doen volgens Joe. Wij konden sowieso niet meer voor onszelf een verstandige beslissing nemen vanwege ons slaaptekort dus gingen gelijk akkoord. Dit betekende dus dat we precies een uur de tijd hadden om ons een beetje op te knappen en toen stonden Joe the guide (dus niet Joe the Plumber) en de chauffeur op ons te wachten om ons mee te nemen naar een gigantisch tempelcomplex/koninklijk paleis/parlementsgebouw midden in de stad. Echt gigantisch groot. Iedereen die ooit in Bangkok is geweest zal het ongetwijfeld kennen, tenzij je echt maar met één doel en je verstand in je broek rechtdoor naar de hoertjes rijdt zoals zoveel Duitsers dat hier doen... maar dat is een ander verhaal. Wij liepen daar dus met ons verstand nog in Nederland tussen de immense tempels en nog grotere Boeddha beelden te luisteren naar de verhalen van Joe waar we niet alles meer van meekregen.overigens. Het was allemaal heel indrukwekkend maar nog wel een beetje te druk met al die touristen. Wij houden niet zo van die heel druk bezochte dingen en vooral niet als we zo moe zijn maar goed. Vervolgens nam Joe ons mee naar een restaurant met een gigantisch warm buffet alwaar wij onze eerste kennismaking hadden met de beroemde Thaise keuken. Als je één ding aan ze kan overlaten dan is het koken. Heerlijk was het en we konden er weer even tegenaan. Na het eten had Joe een boot voor ons geregeld. Een zogenaamde longtail-boat, ook wel James Bond-boot genoemd vanwege een klassieke Bond-achtervolging met zo’n razendsnelle boot in de film “The man with the golden gun”... (Wat weet ik toch veel hè... Tja... Joe.). Met deze boot maakten we een toch van ruim een uur door de binnenwateren van Bangkok, de "klongs", waarlangs alle huizen op palen zijn gebouwd en je ineens niks meer merkt van de drukte van de stad. Terwijl we daar zo vaarden en naar de huizen en de palmbomen zaten te staren begon de rust over ons heen te vallen. Ook de vermoeidheid natuurlijk weer. Denise viel bijna slapend overboord namelijk toen ik even niet oplette. We legden even aan bij zo’n huis op palen bij een vriendelijk, oude, goed geconserveerde vrouw van zeventig jaar die daar op haar steigertje kokosnotenmelk verkocht. Ze nam ons even mee voor een korte wandeling over haar land dat uiteindelijk 40 hectare groot bleek te zijn. De dame van 70 werkte nog dagelijks op het land en zag er zoals gezegd nog heel goed uit. Ik vond haar zelfs weg hebben van mijn eigen oma die al bijna tachtig is en er ook altijd zo jong uit is blijven zien. Familie-trekjes?.
Na de boottocht nam Joe ons weer mee naar een ander tempel-complex waar we de grootste liggende Boeddha ter wereld konden bezichtigen. Het Boeddhisme is misschien wel de enige goede religie die er is. Het enige geloof dat gewoon duidelijk is, alleen maar draait om “goed doen”, niet opeens een paus benoemd die samen met z’n onderdanen een zootje achterlijke uit de duim gezogen theorieën uitkraamt, geen mensen langs je deur stuurt met houtje-touwtje jassen die zonder pardon hun voet tussen je deur duwen, niet strijdt met andere geloven over wie er nou gelijk heeft en daarvoor de meest geavanceerde raketten of martelaren met bomgordels inzet... nee... yoga en meditatie... meerdere keren per dag. Rust in je lijf.. daar draait het om.
En zo zat ik even daarna op blote voeten in een tempel samen met Joe en Denise in de lotushouding doodstil te kijken en te luisteren naar biddende, mediterende, oranje gekleede Thaise monniken waarvan de meeste ongeveer van mijn leeftijd waren. Die mensen hebben hum leven en al hun hebben en houwen opgegeven om elke dag in het klooster door te brengen om te bidden voor de rest van de wereld. Respect!!
Na dit bezoek zijn we eerst nog gaan wandelen over Khao San Road, een bekende plek voor Back Packers uit alle landen omdat het er zo gezellig en tevens heel goedkoop is met allerlei barretjes. In één ervan bestelden wij onze eerste cocktail van deze vakantie bij een vriendelijke dame die, na het spreken van slechts één woord bewees dat ze vóór de aamschaf van haar ronde borsten altijd een jongetje was geweest. Ik bedankte haar voor het maken van de cocktail en probeerde me verder te concentreren op mijn meditatie-lessen om mijn gedachten niet te laten afdwalen naar de rest van haar/zijn lichaam. Op een ander terrasje dronken we nog een kopje koffie terwijl we werden getrakteerd op een bandje van twee Thaise jongens met gitaar die met zelfverzonnen gitaar-akkoorden en ritmes en vooral zelfverzonnen Engelse teksten met een zwaar Oosters accent een aantal Bob Dylan en Beatles klassiekers om zeep holpen. Heerlijk! Na de koffie niet op te hebben gedronken bracht Joe ons naar onze laatste bestemming voor vandaag en dat was een piekfijn restaurant met uitzicht over het water waar we ons avondmaal nuttigden. We konden het nog net naar binnen krijgen zo moe waren we en nu lig ik hier al een uur te typen en Denise ligt hier al een uur zó muisstil te slapen dat ik denk dat ze dood is. DIT WAS 1 DAG.... zo komen er nog zestien. Het is hier nu half 11 ’s avonds en ik ben nu 32 uur wakker... een nieuw record. Morgen worden we om zeven uur in de ochtend opgehaald en gaan we onder andere naar de beroemde River Kwai waar Joe ongetwijfeld weer alles over weet. Jullie horen het wel.
Dag 2
Het was kwart voor zes vanochtend toen we werden wakker gebeld door de receptie voor het ontbijt omdat we om zeven uur alweer moesten vertrekken voor het programma van vandaag. Ik was blij dat ik gewekt werd want het matras in dit hotel is zo hard dat ik droomde dat ik in de Thaise gevangenis zat, Bangkok Hilton noemen ze die ook wel. Alle dames die van plan zijn ook ooit naar Thailand te gaan kan ik van harte aanraden deze film vooral NIET te gaan zien. In ieder geval... gebroken werd ik wakker maar daar had ik een truc op namelijk de “zonnegroet”... een hele simpele korte yoga-oefening waarbij je zoveel mogelijk belangrijke spieren van je lichaam in één keer wakker maakt en daarmee dus ook jezelf. En het werkt echt. Je zou het eigenlijk thuis ook altijd moeten doen maar als je op een koude februari-dag ’s ochtends vroeg naar je werk moet dan zo snel mogelijk een hete kop koffi en een warme jas aan... tenminste.. ik wel. Dit was voor mij ook de eerste keer dat ik het heb gedaan maar het is een aanrader. We waren de eersten bij het ontbijt en Joe stond al vol goede moed buiten op ons te wachten. Hij had een aantal interessante dingen op het programma voor ons.
Een paar maanden geleden kregen wij van iemand zo’n mailtje toegestuurd, zo’n absurd filmpje dat de hele wereld rond gaat zoals je er zo vaak eentje van iemand krijgt. Ik krijg deze filmpjes altijd van manager Aloys Buijs. Meestal zijn dat van die ranzige filmpjes waarbij je je dan schaamt dat je er alleen al naar kijkt maar dit was wat anders. Dit was een filmpje van een markt ergens in het verre Oosten waarbij de kraampjes vlak langs een spoorlijn opgetuigd waren en dan ineens komt over die spoorlijn een enorme trein langsrijden. Dit was zo’n absurd beeld dat we niet konden geloven dat het echt was en ons daarom ook nooit hadden afgevraagd waar deze markt was en.... u raadt het al... vanochtend om acht uur liepen wij op deze markt over dat bewuste spoor. Het is een lokale markt waar bijna geen toeristen komen omdat er alleen etenswaren en bloemen te koop zijn waar toeristen niet in zijn geinteresseerd. Ik als ex-marktkoopman vind het altijd wel leuk om in andere landen met andere culturen te zien hoe ze daar ter plekke in de bloedhitte op straat vis zitten te fileren. Als zoiets in Nederland zou gebeuren dan zouden ze door de smaakpolitie aan de hoogste boom worden opgehangen maar de keuringsdienst van waren bestaat in deze landen niet. “De tlein komt om halp negen” verzekerde Joe ons en met enige vertraging zoals overal in de wereld kwam om kwart voor negen dan echt de trein aanrijden. Dit was echt een schouwspel dat voor ons Nederlanders niet te bevatten is. In tijd van tien seconden werden de afdakjes boven de kramen, die als een dak over het spoor hingen, ingeklapt en alle kooplieden gingen een meter naar achteren zitten voor de langskomende trein. Alle groenten, vis en fruit bleven keurig netjes letterlijk tegen de rails aan liggen en daar kwam de enorme goederentrein langs zonder ook maar iets aan te raken. Wij waren compleet sprakeloos, En dat gebeurt dan per dag acht keer. Geweldig toch.
Vervolgens werden we getrakteerd op een boottochtje over de beroemde “drijvende markt”. Een soort gracht waar tientallen bootjes met touristen doorheen varen en waarlangs op palen links en rechts marktkramen zijn uitgestald waarin Thaise locals hun souvenirs te koop aanbieden. De kooplieden zitten zelf met een haak in de aanslag om de bootjes naar hun toe te trekken zodat je niet de kans hebt om zonder te kijken langs te varen. Eerst laten ze allemaal een stuk of tien spullen zien die je MOET hebben want anders ben je niet in Thailand geweest en als je dan tien keer zeer bezwaard “no thanks” hebt gezegd mag je pas door varen.. Ik kocht voor de gezelligheid een Japans hoofddeksel en Denise voor haar rug een potje tijgerbalsem dat niet blijkt te werken. Ondanks dat moet je de drijvende markt wel gezien hebben. Eigenlijk moet je je bij zulke dingen gewoon steeds proberen voor te stellen dat het in Nederland gebeurt. Je zou het maar zien in de Amstel in Amsterdam. Over honderd jaar zou je het er nog steeds over hebben.
Na deze happening nam Joe ons mee richting de river Kwai. Dit is een hele bekende rivier in Thailand en wel om het verhaal over de Thailand-Birma spoorlijn (alweer een spoorlijn) die in de tweede wereldoorlog was aangelegd en waarvoor een brug moest worden gebouwd over deze rivier waarover de trein moest rijden. In de tweede wereldoorlog, zoals we weten, waren het aanvankelijk de Duitsers die het plan hadden opgevat om heel Europa om te toveren tot één groot Duits rijk en omdat al die andere landen (even in Jip en Janneke taal uitgelegd) dat helemaal niet zo’n goed plan vonden waren we genoodzaakt te vechten voor onze vrijheid. Omdat het Verre Oosten ook op het verlanglijstje van Adolf Hitler stond en dit voor de Duitsers nogal moeilijk begaanbaar terrein was, besloten de Japanners om de Duitsers een handje te helpen door in het Oosten alle landen één voor één binnen te vallen met alle geweld van dien. Ze zouden naar elkaar toe kunnen werken en zo samen de wereld veroveren. Om via Thailand het aangrenzende Birma te kunnen veroveren was er een spoorlijn nodig van ruim 400 kilometer om per trein de nodige spullen aan te kunnen leveren voor het leger. Voor de bouw van dit spoor werden 400.000 krijgsgevangenen uit Engeland, Australie, Thailand, Birma, Singapore en ook Nederland aan het werk gezet waarvan meer dan de helft stierf aan ondervoeding, tropische ziektes, het extreem harde werk in de brandende zon en de martelingen door Japanse soldaten. De Japanners hebben nooit schuld bekend, sterker nog, in Japanse geschiedenisboeken wordt over deze periode gezwegen waardoor Japanse jongeren niks weten van deze gruweldaden. Dit maakt de Jappen misschien nog wel fouter dan de Duitsers. Joe nam ons eerst mee naar een museum waar al deze dingen aan de hand van foto’s en krantenknipsels duidelijk worden gemaakt, vervolgens naar een massagraf waar dus ook duizenden Nederlanders begraven liggen en uiteindelijk naar de brug zelf, die nog gewoon in gebruik is maar waar we gewoon overheen mochten lopen. Je krijgt er echt een heel naar gevoel bij als je daar loopt maar wel interessant om te weten allemaal.Na dit laatste bezoek werden we terug gebracht naar het hotel waarna ik mezelf heb getrakteerd op een voetenmassage. Dat was pas lekker. Daarna zijn we een restaurant gaan zoeken in het drukke Bangkok en tijdens die zoektocht liepen we nog langs de bekende hoerenbuurt. Ik heb daar zo veel over gehoord en wilde nu met m’n eigen ogen zien hoe het er daar aan toe gaat. We zijn niet binnen gegaan in deze “dancings” maar de deuren stonden open en we konden alles van buiten af bekijken. Al die grote danscafé’s zijn ongeveer hetzelfde ingericht, namelijk met een enorme bar in het midden waarop tientallen hele jonge, hele mooie Thaise meisjes staan te dansen in hun ondergoed met op hun borst.... een nummer!!! Dit nummer kunnen de heren blijkbaar doorgeven aan een bedrijfsleider of gastheer waarna zo’n meisje dan beschikbaar zal zijn voor de nodige hand- en spandiensten voor die avond of misschien wel de hele vakantie. Ik ben toch blij dat ik het gezien heb want ik had er altijd een zelfde idee bij als de Amsterdamse Wallen maar dit heeft daar echt weinig mee te maken. Ik zal er verder geen woorden meer aan vuil maken.
Ondanks al deze ernstige zaken was mijn eetlust niet verstoord. Nooit eigenlijk.. dus we zijn een restaurant in gegaan. Denise en ik houden van lekker eten maar we liggen niet bepaald op één lijn qua smaak. Gisteren bijvoorbeeld bestelde ik geroosterde eendenborst waarmee ik bijna de woede op haar hals haalde. Terwijl ik zat te genieten zag zij steeds twee van haar jeugdhelden Alfred J. Kwak en Donald Duck voor zich, hysterisch kwakend met ontbloot bovenlijf op een gloeiende plaat... en zo is er altijd wel wat.. dus we laten elkaars eten met rust en genieten ieder voor zich. Na het eten zijn we nog wat gaan drinken in een jazz-club vlakbij ons hotel en nu zit ik alweer twee uur op mijn bed terwijl zij slaapt. Zo zal het de hele vakantie wel gaan maar ik breng wel mooi de hele trip onder woorden. Morgenochend om elf uur vertrekken we uit Bangkok en uit dit hotel naar het vliegveld voor onze eerste binnenlandse vlucht van deze vakantie. Deze zal ons bregen naar het Noorden van Thailand. Naar de adembenemende natuur en de jungle. Dat belooft veel goeds. Tot morgen... althans... als daar ook internet is want anders moet ik wachten tot ik mijn verhaal op de site kan zetten. Hoe dan ook.... tot gauw.
Dag 3 en 4
Zo mensen... even een dagje niets geschreven en wel hierom... omdat er gister gewoon weinig gebeurd is. Gister was een reisdag. Om van Bangkok naar het noorden te komen moesten we een binnenlandse vlucht maken. Thailand is zo groot dat deze reis per auto of per trein wel een uur of acht zou duren dus dat gaat beter per vliegtuig. Deze vlucht duurt iets langer dan een uur. Uiteindelijk ben je dan met alle wachttijden op de luchthavens ook wel zes uur kwijt maar het is toch lekkerder. Ik moet zeggen dat ik bij het idee van binnenlandse vluchten wel altijd een beetje angstig ben maar dat is eigenlijk totaal nergens op gebaseerd. Het is een angst die mij door mijn moeder is ingeboezemd. Volgens mijn moeder storten op binnenlandse vluchten de vliegtuigen ALTIJD neer... meestal in de jungle waar ze je lichaam nooit meer terug vinden. Deze vliegtuigen zijn van vóór de oorlog en worden nooit nagekeken en de maatschappijen in die verre stinklanden geven niks om de levens van buitenlandse toeristen. De laatste keer dat mijn ouders met een vliegtuig zijn geweest was net na de tweede wereldoorlog toen piloten nog met van die bruine leren jacks en vliegeniershelm op eerst zelf de propellers moesten aanzwengelen waarna ze vervolgens de “kist” (want zo noemden ze een vliegtuig toen heel toepasselijk) urenlang hevig schuddend in de lucht moesten proberen te houden totdat je op je bestemming was.. Spanje was toen het verste land waar een gewone Nederlander ooit geweest was. Ondanks dat ik dus weet dat mijn moeder onzin uitkraamt maakt ze me toch bang... maar er was dus niks aan de hand met dat splinternieuwe vliegtuig dat ons naar Chiang Rai bracht, een bekende plaats in het noorden van Thailand. Het hotel heet The Legend en bestaat uit een heleboel gebouwen in Oosterse stijl met prachtige grote kamers met terras en een badkamer in de openlucht. Enige nadeel is dat het matras wéér zo hard is waardoor Denise afgelopen nacht bijna de hele nacht wakker is geweest en dat ook kon bewijzen aan mij vanochtend want ze had twee kruiswoordpuzzels af en een half boek uitgelezen. Ik begin te vermoeden dat er een soort samenzwering is tussen de hotels en de vele massagesalons in dit land... ik ga het uitzoeken. Het hotel ligt vlak aan een rivier wat een heerlijke rustgevende sfeer geeft vanaf het open terras van het restaurant waar gisteravond tijdens het eten een Thaise muzikant zat te spelen die verrassend veel van mijn favoriete liedjes speelde en ze ook nieteens verkrachtte. Natuurlijk zaten er wel een hoop niet bestaande Engelse woorden tussen maar het was ‘m vergeven omdat ‘ie zoveel goeie liedjes kende.
Vanochtend om negen uur werden we opgehaald door onze nieuwe gids genaamd Supah... (ook een goeie naam hè)... een hele aardige Thaise man die weliswaar geen Nederlands spreekt maar wel heel goed Engels dus daar redden we het ook mee. Hij nam ons eerst mee naar Doi Tung.. Doi=Berg dus de Tung Berg. Op zo’n 2000 meter hoogte staat een hele belangrijke tempel. Thailand kent tienduizenden tempels en alle tempels zijn uiteraard belangrijk voor de boeddhisten want er moet dagelijks gebeden worden door alle gelovigen maar bij deze tempel ligt een bot begraven van de Boeddha zelf. Of het waar is laten we in het midden maar uit heel Thailand komen mensen graag naar deze tempel om te bidden en offers te brengen. Ook wij konden een offer brengen. Voor 50 bath (1 euro) konden we een heel pakket met levensmiddelen kopen die we dan mee moesten nemen in de tempel. Daar zit dan een monnik op een soort altaar die alle giften in ontvangst neemt die hij later zal verdelen onder de andere monniken. De monnik is de schakel tussen de mensen en de goden. Ze leven van de offers en de geschenken van de Boeddhisten en bidden voor deze mensen opdat deze in een volgend leven goed terecht zullen komen. Wij moesten dus, nadat we het geschenk hadden gegeven, voor de monnik gaan zitten in de bid-houding en de monnik begon te bidden voor ons. Nadat hij ons besprenkeld had met heilig water mochten we weer gaan en toen we weer buiten liepen waren we blij want alles zal nu goedkomen....eindelijk. Ik wist niet dat het zo makkelijk was.
Na deze openbaring nam Supah ons mee naar het paleis van de moeder van de Thaise koning Bhumibol. Deze vrouw is een jaar of zes geleden gestorven maar zij was voor Thailand en vooral voor het noorden heel belangrijk. De moeder van de koning had heel lang in Zwitserland gewoond omdat ze de natuur daar zo mooi vond en vooral de bloemen die in Europa groeien die ze in Thailand niet hadden. Toen ze in haar laatste jaren te zwak werd om steeds tussen Thailand en Zwitserland heen en weer te reizen besloot de koning voor haar een villa te bouwen hoog in de bergen van Chiang Rai. Al het bos rond het huis liet hij wegkappen en samen met haar startte hij er een zeer prestigieus project. Ze lieten planten en bloemen importeren uit allerlei landen van de wereld en legden samen met de bergbevolking een tuin aan van honderdduizenden vierkante meters. De bergen van Noord Thailand en het aangrenzende Birma en Laos staan bekend als gebieden waar opium vandaan komt. Opium is het hoofdbestanddeel voor Heroine en is dus illegaal maar deze bergstammen hadden niks anders. Ze waren arm en leefden van deze opiumteelt. Met dit project leerde de moeder van de koning de bergstammen in de afgelopen vijftien jaar om bloemen, koffie, aardbeien en andere gewassen te verbouwen en daarvan te leven. Hierdoor is binnen de grenzen van Thailand de opiumteelt bijna helemaal verdwenen. Over de grens in de bergen van Laos en Birma gebeurt het helaas nog wel op grote schaal.
Supah is geboren in de bergen bij Chiang Rai en weet alles van opium, de teelt, de handel erin, het gevoel, de verslaving en de ellende die het met zich meebrengt. “When I was young, these mountains were like hell... now it looks like heaven.” en zo ziet de bloementuin rond het huis er inderdaad uit.
Daarna nam Supah ons nog mee naar een fabriek waar papier en kleding worden gemaakt van natuurprodukten, naar ‘The Golden Triangle” de gouden driehoek ofewel de plek waar de grenzen van Thailand, Birma en Laos samenkomen. Een beetje zoals ons drielandenpunt in Limburg. Het wordt Gouden Driehoek genoemd omdat ze vroeger handel met mekaar dreven maar geen geld hadden dus betaalden met goud en opium.. zoals wij vroeger een koe ruilden voor twee konijnen en een kist met kabeljauw. Verder hebben we nog even gekeken op een rijstveld waar een groepje met boerenmeiden zingend bezig waren met het ingraven van rijstplanten. Denk niet aan boerenmeiden zoals wij die kennen in Groningen en Drenthe met lekker veel vlees eraan en een gezonde bos hout voor de deur... nee... gewoon van die magere Thaise dametjes. Ze werken keihard maar ze lachten en ze zongen wel. Waarschijnlijk de Thaise versie van “Mooi mooi mooi man... het leven dat is één groot feest.” Overigens is het wel “second-hand rice” volgens Supah omdat het nu het droge seizoen is en de rijstvelden kunstmatig nat gehouden moeten worden met opgepompt rivierwater terwijl deze normaal in het regenseizoen ruim voldoende water krijgen. Vandaar ook dat de boeren doorgaans de meeste offers aan de goden brengen opdat er maar genoeg regen mag vallen ieder jaar.
Tenslotte wilde Supah ons meenemen naar nóg een tempel... maar dan eentje van 650 jaar oud... maar wij konden niet meer. Al had de ouwe boeddha zelf daar klaar gezeten met een fles wijn, drie glazen en een bordje “Welcome Jan en Denise” in z’n handen dan nóg hadden we onze oververmoeide gezichten niet meer vertrokken. We hoefden het niet uit te leggen aan onze gids. Hij zag ook aan ons dat we terug wilden naar het hotel en gewoon even rustig wilden liggen of zwemmen. Het was namelijk nog steeds gewoon dertig graden hè al die tijd. Daarnet hebben we weer heerlijk maar teveel gegeten in het restaurant en dezelfde muzikant speelde weer precies dezelfde liedjes in hetzelfde gebroken Engels en wéér vonden we het schattig. Morgenochtend gaan we namelijk alweer weg uit dit hotel. We gaan morgen weer eerst een heleboel beleven en dan ’s avonds worden we in een volgend hotel afgezet...
Dag 5 en 6
Terwijl ik op de kleine veranda zit van ons huisje, ons volgende huisje welteverstaan en luister naar het album “Vaderland” van Frank Boeijen (sinds kort goede vriend van leeftijdgenoot Japie de Witte), vervolg ik mijn verhaal. Even uit mijn hoofd is het album “Vaderland” zo’n vijftien jaar oud en uit de tijd dat ik net in mijn eerste bandje zat, een voorliefde had voor rock en blues maar wel open stond voor alle andere invloeden. Zo ook voor de teksten van Frank Boeijen. Tegenwoordig hoort hij bij de oudgedienden maar toen was hij dus ietsje ouder dan ik nu, bedenk ik me net. Hij was in die tijd voor een half jaar naar het verre Oosten afgereisd om daar allerlei landen te bezoeken en inspiratie op te doen voor nieuwe liedjes. Toen hij terugkwam had hij de nummers geschreven voor het album dat hij “Vaderland” noemde, naar één van de liedjes die erop staan waarin hij dan weer vanuit daar terugdacht aan de typische dingen van zijn eigen Nederland. Op het album maakte hij veel gebruik van dezelfde instrumenten die in de Oosterse muziek gebruikt worden. Dit in combinatie met de gewone Nederlandstalige pop-liedjes gaf een resultaat dat mij enorm aansprak.De release van het album ging weer gepaard met een theatertour en ik ging kijken toen hij het theater in Purmerend aandeed. Het podium was volledig Oosters aangekleed en alle muzikanten zaten op de grond met Oosterse kledij en dito instrumenten. Dit concert is mij altijd bijgebleven. Dát was theater wat mij betreft. Ook het idee dat een artiest zich de vrijheid kan permitteren om een half jaar op vakantie te gaan en dan ook nog terug komt met zoiets moois, fascineerde mij mateloos. Ik had toen nooit durven dromen dat die vrijheid nu ook voor mij is weggelegd en wij straks ook een tour gaan doen langs diezelfde theaters. Ik heb dit ook verteld tegen Frank (ik mag nu ook Frank zeggen) toen ik hem laatst sprak bij Vrienden van Amstel. Hij bedankte mij zeer nederig en ik merkte hoe hij mij bestuurde terwijl ik het vertelde alsof hij dacht dat ik hem in de maling nam. Theatermensen als hij kunnen zich waarschijnlijk niet meer voorstellen dat in deze hopeloos commerciële radio- en televisiemaatschappij nog jonge mensen zijn die zijn oude albums nog draaien. Tragisch is dat eigenlijk. De plek waar ik nu zit zou precies de plek kunnen zijn waar de liedjes zijn geschreven. De Oosterse huisjes met de open veranda’s midden in een weelderige tuin en de stilte. Buiten de muziek om horen we alleen de wind en vogels. Het is hier overigens verdacht stil wat toeristen betreft. Gisteravond zaten we met z’n tweeën in het restaurant hier. We zitten nu duidelijk in een rustige periode tussen twee toeristenseizoenen in terwijl het toch echt de mooiste maand van het jaar is in Thailand. Volgende maand begint het regenseizoen weer en dan is term “met bakken uit de hemel” dagelijks van toepassing hier. Dat zijn regenbuien die we in Nederland nog nooit hebben meegemaakt. Vandaag hadden we onze eerste “vrije dag”. De hele dag ter vrije besteding en daar waren we ook aan toe na de afgelopen twee hele drukke dagen. Eerst hebben we heel lang uitgeslapen en toen hebben we de hele middag in de zon gelegen aan het zwembad. Het zwembad is heerlijk maar verder van weinig tot geen luxe voorzien. Tien ligstoelen met maar één parasol maar dat bleek geen probleem aangezien er de hele middag niemand anders is langsgekomen om te zwemmen Wèl komen er af en toe vliegende insecten langs met een omvang die de meisjes uit mijn oude schoolklas uren zou doen gieren. Zo groot dat je het wel laat om ze een klap te geven met je slipper. Dat gaan we overigens toch nooit meer doen want volgens het Boeddhisme kom je dan in een volgend leven juist terug als zo’n insect. Vanuit het zwembad hadden we uitzicht op de rijstvelden en de Kok-rivier waar de hele tijd een groep Thaise jongens keihard aan het werk was. Met hun werkkleding aan en hun hele onderlijf in het water waren zij urenlang in de brandende zon bezig de rivierbodem uit te diepen door alle kleine en grote stenen eruit te halen met stalen zeven. Op de kant van de rivier lagen hoge bergen met kleine steentjes die ze er al uit hadden gehaald en die later weer gebruikt worden om cement te maken voor de huizenbouw en Thaise gruismeelpap. “Beestenwerk” noemen wij dat Volendam. Ik schaamde me bijna om in me zwembroek ernaar te staan kijken maar aan het lachen en zingen te horen hebben ze geen hekel aan het werk. Ze kunnen zichzelf in ieder geval nat houden. Om een uur of twee ’s middags toen de temperatuur de dertig graden had bereikt hielden ze het voor gezien. Ik nam nog maar eens een duik en Denise schrok zich rot toen ze raak gepoept werd door een vogel vanuit de lucht die haar duidelijk probeerde te maken dat ze zich gelukkig mag prijzen met dit leven en zo’n FANTASTISCHE vent. Het kan op de meest vreemde manieren duidelijk worden....
We zijn in een dorpje genaamd Pai, hoog in de bergen. Gisterochtend zijn we vertrokken uit Chiang Rai om half 7 voor een rit van 3,5 uur. Supah wilde per sé zo vroeg vertrekken omdat we dan om 10 uur in het olifantentrainingskamp konden zijn en nog net de laatste olifantenshow konden zien. De rit was overigens geen straf want we reden de hele tijd dwars door de bergen met de meest fantastische uitzichten in de ochtendzon. Heel wat anders dan 3,5 over de Nederlandse wegen rijden in de ochtendzon. Dan ben je precies vanuit Volendam in Rotterdam en heb je alleen chagerijnige, slaperige, neuspeuterende filerijders gezien. Bah ome Jan, dat vinden de mensen vies!!!
Eén van de vele bergstammen houdt zich bezig met het africhten van olifanten. De olifant is het nationale dier van Thailand. Zoals wij vroeger paarden gebruikten voor het werk, zo gebruikten zij olifanten. Vooral om zware boomstammen te kunnen vervoeren maar sinds het in Thailand verboden is bomen te kappen worden alleen in het Noordelijk junglegebied nog olifanten gebruikt om te werken. Hiervoor worden deze olifanten dus getraind. Het was hartstikke mooi om te zien hoe intelligent deze dieren zijn. Ze kunnen dansen op muziek, lopen op twee poten, voetballen en zelfs schilderen. Na de show mochten we mee voor een korte rit op de rug van de olifanten door het berglandschap. Een olifant eet de hele dag door bananen, zo’n twee-driehonderd kilo per dag en dat komt er dan ook de hele dag met kilo’s tegelijk in verteerde vorm aan de achterkant weer uit. Als je daar per ongeluk in stapt zit je tot aan je oksels vol met stront, maar dat terzijde. Na de olifantenrit mochten we nog mee voor een tochtje op een bamboevlot over de rivier. Een ritje van drie kwartier dat ons naar een heerlijk restaurant bracht voor het eten. Na het eten ging de rit weer verder en nam Supah ons mee naar een “national park” een beschermd natuurgebied, om een kijkje te nemen bij een heerlijke waterval. Watervallen zijn altijd leuk en rustgevend. Ze hebben een enorme aantrekkingskracht voor verliefde stelletjes en die zaten er dan ook. Dit was dan geen hele grote waterval maar het blijft onbegrijpelijk dat dat water maar eeuwig in de rondte blijft gaan en door blijft stromen. Na een paar leuke kiekjes te hebben gemaakt gingen we verder naar Pai, het dorp waar we moesten zijn. Pai is een klein bergdorp dat geliefd is bij jonge toeristen. Dit komt waarschijnlijk nog uit de tijd dat hier nog veel opium werd gerookt. Terwijl de zon die berg alweer aan het opzoeken is waarachter ‘ie zometeen weg zal zakken, hetgeen hier in de tuin een prachtige gouden gloed teweegbrengt en Frank Boeijen heeft plaatsgemaakt voor Frank Sinatra, komt Supah, die deze dagen ook logeert in dit resort, net langslopen om te vragen of we nog leven en of we soms interesse hebben om te kijken in het dorp op de gezellige night-market of willen eten in één van de restaurantjes. Een mens moet eten dus dat gaan we maar doen. Hij gaat ons daar zometeen heen brengen dus tot zover.....
Dag 7
“I am the little red rooster... too lazy to crow for day.”. Aan dat liedje moest ik steeds denken toen we de afgelopen twee ochtenden wakker werden gemaakt door de hanen in de omgeving. “’s morgens bij het kraaien van de haan” luidt het gezegde. Hanen hebben de gewoonte om bij het eerste licht van de dag “hun moment te pakken”. Voor de rest van de dag hoor je ze niet meer maar dat moment is van hun. Ik had het al eens eerder meegemaakt tijdens een vakantie in Venezuela waar we ook een jungletocht deden en overnachtten bij een Indianenfamilie. Dit soort arme stammen die leven van de landbouw hebben ook allemaal hanen en kippen op het erf lopen en tijdens het doodstille ochtendgloren beginnen ze dan ineens naar elkaar te kraaien. Overal in de weide omtrek zijn ze natuurlijk en je hoort ze dan dus om beurten naar mekaar roepen als het ware. Het is bijna onmogelijk om daar doorheen te slapen en dat deden we ook niet want we moesten weer vroeg op vanochtend. Het was alweer tijd om te vertrekken vanuit Pai naar onze volgende bestemming.
Gisteravond hebben we nog even een kijkje genomen in Pai en zoals gezegd is het een zeer geliefd dorpje bij jonge toeristen. Het dorpje was nog gezelliger dan we gedacht hadden. Echt ontzettend veel gezellige kleine restaurantjes, winkeltjes en tentjes waar verse cocktails gemaakt werden en reggaemuziek gedraaid werd, wat het altijd goed doet bij toeristen uit de hele wereld. Supah en de chauffeur hadden ons gebracht en bleven al die tijd ergens op een terrasje wachten tot wij terug kwamen na drie uur met onze buikjes vol en een paar totaal overbodige souvenirs die we na flink afdingen niet meer konden weigeren.
Om half negen vanochtend vertrokken we voor een rit van krap twee uur door de bergen op zo’n 1500 meter hoogte en ergens op het hoogste punt stopten we op een plek waar we het mooiste uitzicht hadden en Supah precies het gebied kon laten zien in de verte waar de bergstammen leven. Zo’n tweehonderd jaar geleden kwamen ze naar het dichtbeboste gebied als vluchtelingen voor de oorlogen in Japan, Tibet en Birma om rust te vinden. De stammen leven daar van de grond en spreken ook allemaal een andere taal. Pas sinds het begin van de vorige eeuw, toen Thailand bepaalde waar precies de landgrenzen lagen behoorden deze stammen ineens tot de Thaise bevolking en ruim 50 jaar geleden besloot de Thaise regering dat ook alle kinderen van de bergstammen gratis onderwijs moesten/mochten volgen om onder andere de Thaise taal te leren spreken, lezen en schrijven. Supah, die nu bijna 50 jaar oud is, behoorde tot de eerste lichting kinderen die dat voorrecht had. Hij heeft nu een goede baan als gids en in z’n vrije tijd loopt hij dus met z’n traditionele kleding door de jungle te jagen op vogels en slangen voor het eten. Heb je weleens slang gegeten? vroeg hij alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. “No, what does it taste like?” vroeg ik? “Well. the big cobra’s taste very good... they taste a little like crocodile... have you ever had crocodile?” NEEEEEEE.
Later nam hij ons mee naar één van de stammen en het viel ons op dat deze mensen al behoorlijk meegegroeid zijn met de westerse gewoonten. De mobiele telefoon is bijvoorbeeld al heel normaal daar. We hoefden sowieso geen medelijden met deze mensen te hebben, zei Supah, ze zijn wel arm maar hebben onbeperkt eten dat ze zelf verbouwen..en daar gaat het ten slotte om. Na dit bezoek gingen we naar een bekende grot in de bergen. Eén van de mooiste en grootste grotten van Thailand en dat is meestal een beetje eng. Voor de grot lagen de bamboevlotten klaar om ons naar binnen te varen terwijl honderden, zo niet duizenden vleermuizen boven ons met een bloedgang in en uit de grot vlogen. “Ik hou van vleermuizenvlees” begon Supah weer... dus ik weer: “Oh, kijk aan.... what does bat (vleermuis) taste like?..”. “It taste a lot like rat”... aan mijn walgende gezicht zag hij dat ook die smaak bij mij niet bekend is... “eeehhh.... squirrel (eekhoorn)” probeerde Supah... ook niet... “eeehh... rabbit (konijn).. you know rabbit?” Ik knikte maar ja... ik heb een paar keer hazenrugfilet gegeten en ik weet zeker dat dat niet smaakt als vleermuis of eekhoorn maar ik wou het er niet meer over hebben. De binnenkant van de grot was enorm groot en indrukwekkend. Een dame ging ons voor met een felle olielamp en Supah vertelde over de begroeiingen die volgens berekening minstens een miljoen jaar oud moeten zijn. Op één van de wanden was heel vaag een tekening te zien gemaakt door een jager van tussen de twee en drieduizend jaar oud.. we kijken niet op een paar honderd jaar bij zulke berekeningen.
Daarna gingen we wat eten bij een lokaal restaurant en ik liet me verrassen. Supah mocht zeggen wat ik moest eten. Hij hield het voorzichtig met me en vroeg ook of ik het spicy (heet) wilde. Niet zo heet voor mij graag... zei ik. “In Thailand we say... if not spicy... no taste”. Dat zal best.. maar ik wil het niet zo heet. Zo gezegd zo gedaan en ik kreeg hetzelfde bordje eten als hij maar dan iets minder heet. Na het kleine bordje eten heb ik nog een kwartier zitten janken en te snotteren terwijl Supah nog een bordje bestelde voor zichzelf. Op loopafstand van dit restaurant was nog een grot waar we gingen kijken genaamd “de vissengrot”. Een grot langs een stromende beek waarin duizenden grote karpers krioelden door elkaar. Vele tientallen jaren geleden is er eens iemand gestorven na het eten van zo’n karper waarna de bevolking concludeerde dat deze karpers goddelijke dieren zijn. Nooit meer aankomen dus. Rare jongens die Thaise mensen. Hierna werden we naar onze eindbestemming gebracht. Het Fern Resort in Mae Hong Son midden in de bergen van Noord Thailand. Het is een zogenaamd eco-resort en ligt echt midden in de natuur. Vlak naast onze veranda stroomt aan de ene kant keihard een beekje langs de rotsen en aan de andere kant is een prachtig rijstveldje. We blijven hier maar voor één nachtje en dat nachtje gaat nu beginnen voor mij.....
Dag 8
Jammer maar helaas moesten we vandaag alweer na 1 nachtje vertrekken uit het Fern Eco-Resort. Dit soort resorts staan het dichtste bij de natuur van allemaal. Zoals ik al vertelde stroomde naast ons balkonnetje een klein riviertje met daar overheen een houten bruggetje naar een looppad dat rechtstreeks omhoog de bergen en de jungle in gaat. We hadden vanochtend nog precies een kwartier de tijd om even naar boven te lopen om het begin van de wandeltocht te zien die we niet konden maken. Jammer dus. Toen we vertrokken vertelde Supah dat twee weken geleden Brad Pitt en Angelina Jolie in hetzelfde resort hebben gelogeerd. Daarna moesten ze dus blijkbaar weer terug naar Amerika om daar de oscars bij te wonen waar Jaap en Jenny dan weer waren. Klein wereldje. Angelina Jolie die zelf kinderen adopteerde uit derde wereldlanden zet zich in naam van Unicef in voor kinderen in oorlogsgebieden en waarschijnlijk waren ze daarom in het Thaise grensgebied waar enkele grote vluchtelingkampen zijn gebouwd door de Thaise regering. Eén van die vluchtelingenkampen gingen wij nu ook bezoeken en daarvoor gingen we weer een stukje varen met een snelle longtailboat over de Pai rivier, dezelfde rivier waarin drie dagen geleden ook de jongens aan het werk waren stroomt dwars door de bergen honderden kilometers naar beneden en komt dus ook hier weer langs. In het gebied waar we vaarden is ook het nieuwe, vierde deel van Rambo opgenomen. Ook hij heeft het in deze film aan de stok met soldaten in Birma. Interessant allemaal. Ik was door al deze verhalen een beetje in dubio... moest ik me nou Brad Pitt of Rambo voelen? Denise kon ook niet meer kiezen..”Doe maar een beetje van allebei..” zei ze.
Langs de rivier stonden ook hier en daar doodleuk een paar olifanten zich te wassen en te eten.. geen eenden of reigers zoals bij ons in Nederland, nee... olifanten. Klein verschil. We gingen een kijkje nemen in zo’n vluchtelingenkamp. Deze worden dus gebouwd door de Thaise regering van belastinggeld en instanties als Unicef en zijn compleet ingericht met scholen en alles. Mensen van allerlei verschillende stammen zijn hier ondergebracht waaronder de Padaung-bevolking die bekend staat om de vrouwen met de ringen om hun nek die ze al van jongs af aan dragen. Ze krijgen door de jaren heen steeds meer ringen om de nek waardoor ze een hele lange nek krijgen waarin de spieren niet meer zelfstandig functioneren. Ze zijn dus levenslang afhankelijk van deze ringen. Na het bezoek aan het kamp zijn we terug gevaren en vervolgden we onze weg richting het vliegveld. Om half vijf vanmiddag hadden we namelijk onze volgende binnenlandse vlucht. Het was nog geen tijd dus om de tijd te doden nam Supah ons nog mee langs enkele tempels, dit keer in Birmese-style gebouwd. Ook erg mooi maar voor mij zijn ze allemaal een beetje hetzelfde. Het gaat mij om de rust die er heerst en niet om de manier waarop de grote boeddha is aangekleed. Op een lokale markt in de buurt van het vliegveld liet hij ons nog wat typische lokale lekkernijen eten. Hij weet ondertussen wat we wel en niet lusten dus dit was inderdaad erg lekker en toen was het tijd om te vliegen. Het was dit keer een behoorlijk klein vliegtuig en gelukkig wist ik voordat we erin moesten nog niet dat op schiphol een Turks vliegtuig was gecrasht maar alles ging helemaal weer vlekkeloos.
We kwamen na een half uur aan in Chiang Mai, de op Bangkok na grootste stad van Thailand. De bekendste stad van het noorden. Supah bracht ons naar het hotel waar we nu zijn en dat was het moment om afscheid van hem te nemen. Zijn taak voor ons was volbracht. Hij wilde nog graag even met mij op de foto omdat ik hem twee dagen geleden heb verteld dat ik in Nederland zanger van beroep ben en hem een liedje van de Jees liet horen. Sindsdien denkt hij dat ik een internationale superster ben. Ik heb nog even geprobeerd het uit te leggen dat het allemaal wel mee valt maar dat lukte niet echt en ach... laat mij ook een keer een internationale superster zijn.
Vanaf nu geen gidsen en chauffeurs meer voor ons. De komende twee dagen zijn we hier in Chiang Mai en mogen we zelf doen wat we willen. We hebben nog geen idee. We hebben een heel chique hotel met een enorm tweepersoons ligbad midden in de kamer en inderdaad (Stefanie).... wat daar verder mee gebeurt daar zal ik zéker niks over schrijven. Ik hoop dat er de komende dagen nog wat verrassende dingen gebeuren om op te schrijven. Over drie dagen vertrekken we hier weer en gaan we naar het zuiden. Naar het eiland Koh Tao met de tropische stranden en de prachtige onderwaterwereld. Nog een weekje te gaan.. maar nog een hoop te beleven dus.
Dag 9 en 10
“Over de liefde”... zo heet het boek dat ik net uitgelezen heb. Het is geschreven door de Nederlandse Doeschka Meijsing en ze won met dit boek laatst de AKO literatuurprijs 2008. Terecht, wat mij betreft al heb ik geen boeken gelezen die ook genomineerd waren. Doeschka Meijsing is een lesbische vrouw en het boek gaat min of meer over haarzelf en haar leven net nadat haar derde lange relatie verbroken was. Met een flinke dosis humor en zelfspot beschrijft ze op een schitterende manier dit proces en de vreemde dingen die ze daardoor meemaakt. Een aanrader.
We zijn hier nog steeds in het hotel in Chiang Mai en er is weinig noemenswaardigs gebeurd de afgelopen twee dagen zoals ik had voorspeld. Toeristen die naar het noorden van Thailand gaan komen meestal naar deze stad om van hieruit excursies te boeken voor één of meerdere dagen. Dat zijn dan de dingen die wij de afgelopen dagen al hebben gedaan.. riviertochtjes, olifantenkamp, tempels, enzovoort. Wij wilden juist even twee dagen uitrusten en boeken lezen. Ik heb een aantal boeken mee en wil er zoveel mogelijk uitlezen omdat ik thuis bijna nooit de concentratie op kan brengen om te lezen terwijl ik wél graag wil. Deze twee dagen heb ik dus uitgetrokken voor dit boek (niet zo dik) en het is dan leuk om tijdens je eigen vakantieavontuur ook nog een avontuur van een ander te lezen/beleven.
Verder hebben we twee ochtenden een bezoek gebracht aan de sportschool... jawel... u leest het goed. Aan de overkant van het hotel is een behoorlijk grote sportschool en ik wilde weleens kijken hoe het met mijn conditie gesteld was na twee weken niet te hebben gesport. Tot mijn grote geluk en verbazing was mijn conditie nog helemaal in orde. Ik ging zelfs op de loopband zó lang door met hardlopen dat op een gegeven moment al die Thaitjes stonden te juichen om het apparaat heen....
Dit laatste is niet waar hoor. Ik ging wél lang door maar het bleef tamelijk onopgemerkt. Vanochtend tijdens ons tweede bezoek keek ik nog eens goed uit het raam en zag ik verderop een behoorlijk westerse koffiespeciaalzaak en we besloten na het verbruiken van zoveel calorieën om onszelf daar eens te trakteren. Buiten de speciale koffievarianten bleken er ook nog eens zoete broodjes gebakken te worden in allerlei lekkere soorten en maten, kortom... alle training is bijna voor niets geweest.
De twee middagen hebben we dus al lezend doorgebracht aan de rand van het zwembad. Het zwembad was klein maar het water o zo fijn. Het had precies zo’n temperatuur dat je jezelf er zo in kon laten vallen zonder ook maar één enkele rilling op te lopen. Ik als koukleum hou daar van. Tijdens de afgelopen avonden hebben we nog wat gewandeld op verschillende plekken en over twee night-markets zoals er zovelen zijn in Thailand. De eerste was gisteravond in het drukke toeristische centrum en de tweede was deze avond hier vlakbij het hotel en deze was meer voor de lokale bevolking. We kwamen helemaal geen toeristen tegen maar het was wel heel druk op de markt en wat ons opviel was dat de marktkooplui nu ineens niet de hele tijd aan onze kop liepen te zeuren over hun koopwaar en ons niet aanraakten en naar hun kramen toe trokken wat wij altijd als zeer vervelend ervaren. En wij niet alleen denk ik. De marktlui in het verre Oosten zouden dat eigenlijk eens moeten doorkrijgen dat wij veel liever zelf rustig kijken of we iets willen kopen en dat de manier waarop ze ons benaderen eerder averechts werkt. Nu liepen we ineens wél te snuffelen tussen de nepartikelen en kochten ook iets zonder af te dingen terwijl ik normaal zeer nerveus wordt en zo snel mogelijk doorloop ook al zie ik iets dat ik leuk vind. Na nog wat te hebben gedronken in een barretje langs een zeer drukke weg met zeer veel verkeer waar zelfs nog een ongeluk gebeurde zijn we weer naar het hotel terug gegaan. Die drukke steden zijn niet aan mij besteed... gelukkig had ik dat boek. Morgenochtend vertrekken we weer uit dit hotel voor onze laatste binnenlandse vlucht naar onze laatste bestemming, het tropische eiland Koh Tao in het zuiden van Thailand. Dit is een heel ander gedeelte van het land en is zeker ook heel belangrijk. Een rondreis door Thailand is niet compleet als je niet op één van zulke eilanden bent geweest, net zoals een fees geen fees is als de drie Jees niet zijn gewees.
Morgenmiddag komen we dus ook aan in ons laatste hotel met ons laatste matras. Als dat matras ook weer hard is dan klopt mijn theorie over het verband tussen de Thaise matrassen en de vele massagesalons. Tot nu toe zijn alle matrassen precies even hard geweest, ongeacht hoe chique het hotel was en ondertussen word ik elke ochtend gebroken wakker. Gister heb ik me nog laten masseren/martelen door zo’n klein Thais vrouwtje met de kracht van Bruce Lee maar het mag allemaal niet meer baten. Alleen mijn eigen bed zal over een week weer helpen tegen mijn gebroken rug. Dit alles mag de pret niet drukken want morgen in de vroege middag komen wij aan in een klein paradijsje waar we naar hartelust kunnen diepzeeduiken en waar ik hopelijk ook grote gamba’s kan eten want die ben ik hier in het noorden nog niet tegengekomen.
Wél rijst... erg veel rijst... of zoals ze hier zeggen... Lijst.
Dag 11 en 12
Alle mensen die niet meer tegen slecht weer of hun werk kunnen... niet verder lezen!
?Jezus Christus, God Allemachtig, Boeddha of wie dan ook.. waar heb ik dit toch allemaal aan te danken? Zo braaf ben ik toch niet geweest in het verleden.”... dit waren de precieze woorden die ik zachtjes in mezelf sprak toen ik gistermiddag voor het eerst vanaf het strand bij eb het vijfentwintig graden warme water in liep, me na vijftig meter omdraaide en bekeek waar ik nu weer terecht was gekomen. Het paradijs kan er echt niet veel anders uitzien als dit. We zijn op onze laatste bestemming van deze vakantie. Het tropische eiland Koh Tao ligt in het zuiden van Thailand vlak naast de populaire eilanden Koh Samui en Koh Pangan. We moesten eerst met het vliegtuig naar Koh Samui, dit duurde anderhalf uur en vervolgens nog twee uur met de boot. ’s Middags om half vier kwamen we hier dus aan, kapot van de warmte en slaaptekort want de nacht ervoor in het hotel in Chiang Mai hadden we geen oog dicht gedaan. Het weekend was daar begonnen en kennelijk wordt die in Chiang Mai ingeluid met illegale straatraces waar ook straaljagers aan mogen deelnemen. Wij lagen met onze chique kamer en ons betonnen matras als het ware in een soort skybox vlak boven het race-circuit en mochten gratis meegenieten. Alle ingrediënten dus voor een heerlijke slapeloze nacht. Na de vlucht moesten we nog anderhalf uur wachten op de boot in een onmenselijke hitte. Hier in het zuiden is de temperatuur pas echt veertig graden. Veel warmer dan in het Noorden. Bij zulke temperaturen moet je niet hoeven wachten op de kade zonder schaduw met allemaal water voor je neus waar je nog niet in kan springen. Maar op dit eiland aangekomen dus was het meteen duidelijk.. dit is een paradijsje. Een niet al te groot eiland vol met palm -,en andere bomen en zongebruinde jongeren uit alle windstreken. We werden met een jeep over het eiland gereden naar ons resort en onderweg zagen we echt alleen maar straatjes waar de gezelligheid vanaf bruist, scooterverhuurbedrijfjes en duikscholen, want dit is een duikeiland bij uitstek. De onderwaterwereld schijnt hier op alle plekken rond het eiland fantastisch te zijn. Ons resort ligt pal aan het strand. Vanuit ons huisje is het exact dertig stappen tot aan de rand van de zee en daar lagen we dus vrij snel na aankomst in te zonnebaden. Vanut het water kun je dus achter het strand het landschap omhoog zien lopen als één grote groene berg. “Het enige wat hier nu nog ontbreekt zijn grote gamba’s” zei ik tegen Denise en we besloten op onderzoek uit te gaan aangezien ik al had gezien dat het restaurant bij ons resort ze niet had. Het hele strand zit uiteraard rondom vol met resorts en restaurantjes en we besloten het te vragen bij het mooiste restaurant een paar stappen bij het onze vandaan. Deze ligt een klein stukje hoger tegen de berg op en had dus een schitterend uitzicht over de zee vanaf het terras. “Do you have the big tiger prawns?” vroeg ik aan de Thaise ober die ons al een tijdje stond te gebaren dat we bij hem moesten komen eten. “Yes..Yes” zei de ober maar we zijn er deze reis al snel achter gekomen dat Thaise mensen uit beleefdheid sowieso altijd YES zeggen als je iets tegen ze zegt in vragende vorm al verstaan ze totaal niet wat je zegt. “Are you sure?” zei ik “The big prawns” en met m’n handen gaf ik om mijn woorden kracht bij te zetten nog eens aan welke maat ik bedoelde. De maat die ik aangaf was overigens een maat die alleen in mijn dromen voorkomt dus ik was met een maatje minder ook al tevreden. “Yes, come up here and see..” zei de ober en bovenaan de trap waar hij stond was zowaar een soort vitrine waar de te bestellen verse vis op een laag ijs lag te pronken en ja hoor.....daar lagen ze... enorme gamba’s. Niet de maat van mijn dromen maar absoluut groot genoeg om mij een kreet van blijdschap te doen slaken. “That’s what we want te eat... do you have a nice table for us?” We mochten zelf een plek uitzoeken en we kozen de meest bijzondere plek van het restaurant uit. Een balkon voor twee met van die Japanse lig/zitmatten en zo’n laag tafeltje. Terwijl vóór ons de zon in de zee zakte en bij alle barretjes en restaurants op het strand overal de lampionnen aan gingen hebben we letterlijk af en toe met de tranen in onze ogen zitten eten.
Na het eten besloten we nog even een wandeling over het strand te maken om misschien bij een ander tentje wat te drinken, het was tenslotte zaterdagavond en toen bleek pas echt hoe gezellig dit eiland is. Alle restaurants hadden eettafeltjes op het strand gezet met brandende kaarsen eromheen en de kroegen waren omgebouwd tot loungecafés in de openlucht met overal weer de zitzakken en lage tafeltjes en honderden jonge toeristen die er zaten te eten en drinken. Op het strand waren mannen aan het jongleren met brandende fakkels en ik dacht echt meerdere malen bij mezelf: “Dit kan toch niet waar zijn... zo iets sfeervols heb ik nog nooit meegemaakt. Dat ik er toch nu pas achter moet komen dat dit bestaat.. en dat er mensen zijn die nu nog steeds naar Benidorm op vakantie gaan.”... maarjaa... Ik weet het nu tenminste wel... andere mensen komen er nooit achter. Die nacht hebben we onder invloed van iets meer drank dan anders de nodige slaap ingehaald ondanks dat het matras wéér hard is (onthoud dat maar mensen, mochten jullie ook naar Thailand op vakantie willen: Thaise matrassen zijn hard... net zoals Brabandse nachten lang zijn) en vanochtend zijn we naar de duikschool gegaan om een duikexcursie te regelen. De duikschool zit hier gewoon in het resort dus dat is lekker makkelijk maar wat wel even tegenviel is dat ik, om morgen mee te mogen met de spectaculaire duik die op het programma staat, een boek met huiswerk mee kreeg. Met het duikbrevet dat ik heb mag ik eigenlijk niet dieper duiken dan 18 meter maar Denise heeft een opleiding meer gedaan dus mag tot 40 meter duiken. De duik van morgen is er eentje die naar 30 meter diep gaat en om toch mee te mogen heb ik dus vandaag een paar uur moeten studeren en huiswerk moeten doen. Dat was lang geleden maar het was voor een goed doel. Diepzeeduiken is geen kinderspelletje. Het verschil tussen duiken naar 18 meter of naar 40 meter diepte lijkt heel klein maar de extra kennis die ervoor nodig is is van levensbelang. Daar wordt in een duikschool dus niet makkelijk over gedaan, en terecht. Morgen om kwart over zes verzamelen we hier bij de school dus als de zon opkomt dan zwem ik waarschijnlijk tussen de vissen. Deze avond zijn we weer naar hetzelfde restaurant gegaan en hebben precies hetzelfde eten besteld als de vorige avond omdat er voor ons absoluut niks lekkerders op die kaart kan staan. De gamba’s waren weer voortreffelijk en als ik er morgenochtend een paar levend tegenkom zal ik ze vertellen hoe veel ik van ze hou.
Dag 13 en 14
Onze laatste nacht in Thailand zit eraan te komen. De afgelopen twee dagen waren vrji “relaxing”. We moesten nog iets ondernemen vandaag want we wilden niet nog een hele dag liggend op het strand doorbrengen. Een paar uurtjes is leuk maar ik kan nooit zo goed begrijpen dat sommige mensen tijdens een vakantie een week lang hele dagen aan hetzelfde strand of zwembad kunnen liggen. Dan zou ik na drie dagen gek worden. Ik begrijp wel dat mensen graag willen rusten op vakantie na een heel jaar hard werken maar na drie dagen liggen op hetzelfde zonnebed gaan alle spieren in mijn lichaam tegenwerken. Al is ook dat geen probleem hier in Thailand vanwege de vele massagemogelijkheden. De keren dat we hier op het eiland op het strand hebben gelegen de laatste dagen lagen we ook vlak naast een groot massagebed met twee Thaise masseuses die de hele dag aan het werk waren maar toch...
Gisteren zijn we dus wezen duiken. Om kwart voor zeven ’s ochtends toen de zon net op was vertrokken we met de boot en een heleboel mensen waarvan de meeste bezig waren met een cursus om hier een duikbrevet te halen maar wij waren dus zogenaamde “fun-divers” samen met nog twee andere stellen. Het begin is, ondanks dat we ondertussen precies weten hoe het in z’n werk gaat, altijd weer een beetje zenuwachtig met al die apparatuur die aangesloten moet worden, de duikpakken en de zwemvliezen die aangetrokken moeten worden op de schommelende boot maar vanaf het moment dat je in het water ligt met alles aan, duikbril op en zuurstofapparaat in je mond en je laat de lucht uit je vest lopen dan zak je heel langzaam naar beneden en wordt het heerlijk stil. Je hoort dan alleen je eigen adem nog en het onderwater-avontuur kan beginnen. Duiken doe je altijd in ieder geval met z’n tweeen met een vaste “buddy”. In mijn geval is dat Denise. Er waren dus drie stellen en een begeleider die voor ons uit zwom en aangaf waar we heen moesten zwemmen. Zoals gezegd had ik mijn huiswerk gedaan en mocht ik mee naar 30 meter diepte. Het was een fantastische duik dit keer, gezien de enorme hoeveelheden vis die we tegenkwamen, het heerlijke warme water en het feit dat er bijna geen stroming onder water was, wat het zwemmen heel licht maakt. We hebben twee duiken gedaan van ongeveer veertig minuten op twee verschillende duiklocaties. Tijdens het varen van de ene locatie naar de andere wordt Denise bijna altijd zeeziek en deze keer was het echt heel extreem. Mensen die weleens zeeziek zijn geweest weten hoe erg het is. Het gevoel van een vreselijke kater is er ongeveer mee te vergelijken. Denise heeft tijdens dat tochtje van een half uur zeven keer overgegeven en dat gaat dan alleen weer over als je weer onder water bent.
Zeeziekte kan wel voorkomen worden maar op het moment dat het begonnen is is er niks meer aan te doen. Het mocht de pret van de tweede duik niet drukken want ook die was weer schitterend. Na het duiken zijn we ’s middags wat gaan lezen op het strand en ’s avonds zijn we naar het loungecafé gegaan om te eten en het bleek dat ze daar ook de gebakken gamba’s op de kaart hadden (die we trouwens onder water niet tegen zijn gekomen). Ze waren wel iets kleiner maar we kregen er daarom drie in plaats van twee. De bereiding was wel ietsje anders, in die zin dat er hier absurd veel knoflook gebruikt was waardoor we na afloop met onze hoofden naar beneden stiekem naar de kamer zijn geslopen want als er op het strand iemand iets aan ons had gevraagd en we hadden iets terug gezegd dan was diegene dood achterover geslagen.
Overigens was de uiteindelijke rekening bij dit restaurant de helft van die in het andere chiquere restaurant namelijk 30 euro i.p.v. 60 euro. Dit is voor twee personen overigens. Ik weet dat het weinig romantisch is in zo’n reisverhaal om over geld te beginnen maar ik moet toch wel even melden hoe bespottelijk goedkoop alles was deze afgelopen twee weken vergeleken met de prijzen in Nederland of op een Europese vakantiebestemming. Waar je hier in een restaurant 25 euro voor betaald daar ben je in Nederland minstens 150 voor kwijt. Genoeg hierover. Ondanks dat we hier al drie dagen waren hadden we nog niks anders gezien dan dit strand dus we vonden het vandaag tijd om eens te kijken hoe de rest van het eiland eruit ziet en dat deden we met een scooter. Ook voor het huren van een scooter hoefden we niet ver te zoeken want dit resort heeft ze gewoon te huur. Twee scooters met een volle tank voor een hele dag... nog één keertje over geld dan... 10 euro bij mekaar, 5 euro per scooter.
We kregen er een map bij en zijn eerst op een paar fantastische kleine strandjes gaan zitten met een boek erbij, lekker rustig. Af en toe ergens wat drinken. We volgden een bordje “Viewpoint”, dat is dan bovenop een berg waar je bijna het halve eiland kunt overzien. Veel mensen gaan daar dan ’s avonds zitten om de zonsondergang te bekijken. We waren wel van tevoren gewaarschuwd dat er eigenlijk maar 1 echte weg is die geschikt is voor scooters. De rest van de wegen is bijna onbegaanbaar wat betekent dat maar ongeveer een derde van het eiland te berijden is. Uiteraard geloofden wij dit niet. Wij dachten: “Wij maken zelf wel uit wat wij wel en niet kunnen met zo’n scooter” en we gingen toch die kant op waar we voor gewaarschuwd waren. Al heel snel werd het wegdek inderdaad heel slecht en voor een groot deel onverhard. Totaal ongeschikt dus tenzij je een ervaren motorcrosser bent. De weg bleef maar steil omhoog gaan en er kwam geen eind aan. We werden er gewoon een beetje bang van. Terwijl ik op een gegeven moment op zo’n ontzettend steil stuk stond te wachten op Denise die eventjes vast was komen te zitten met haar achterwiel viel twee meter van mij af keihard een kokosnoot uit een palmboom naast me op de grond. Ik heb weleens gelezen dat in de jungle en op tropische eilanden de meeste ongelukken gebeuren door omvallende bomen en vallende kokosnoten. Ik ken dus een aantal collega artiesten (ik zal geen namen noemen) die met dit verhaal op z’n minst shownieuws hadden gebeld. “VOLENDAMSE VOCALIST ONTSNAPT AAN DOOD DOOR VALLENDE KOKOSNOOT OP VAKANTIEADRES” ik zie Patty Brard het al zo zeggen. Ik moest ook denken aan Rolling Stones gitarist Keith Richard, de enige echte rock ’n roll-aap die twee jaar geleden tijdens een vakantie zelf uit een palmboom viel toen hij een kokosnoot wilde plukken en zijn arm brak.
We waren dus onderweg over een berg heen naar de overkant van het eiland maar zijn net voor de laatste afdaling omgedraaid omdat we het echt niet meer aandurfden. Tijdens dit ritje hebben we wel genoten van het landschap. Alleen maar groen en palmbomen en overal van die immense huizenhoge zwarte rotsen wat erop duidt dat dit eiland ooit (misschien wel miljoen jaar geleden, ik weet het niet) een vulkaan is geweest die is uitgebarsten. Met zo’n uitbarsting knalt zo’n vulkaan uit elkaar en rollen zulke rotsen overal langs de rand naar beneden samen met het kokende lava. Dit lava legt alles wat het tegenkomt in de as en wanneer het daarna afkoelt wordt deze grond enorm vruchtbaar. Vandaar waarschijnlijk dat dit eiland één grote groene berg is. Tijdens het ritje dus langs de bergwand kwamen we honderden van die immense rotsblokken tegen en ik probeerde me voor te stellen hoe dat eruit ziet als zulke stenen naar benenden komen rollen en weer moest ik denken aan Keith Richard.
We hebben daarna de scooters maar weer ingeleverd nadat Denise nog even een boek had gekocht bij de tweedehands boekwinkel. Denise kan namelijk twee bladzijdes tegelijk lezen.. met ieder oog een bladzijde. Ze heeft deze vakantie al zes boeken uitgelezen. Ook de boeken die ik mee had dus moesten we nu noodgedwongen een nieuw boek voor haar kopen. We zijn daarna weer gaan lezen op het strand en onder het genot van een Margarita (ik ben er tijdens deze vakantie achter gekomen dat ik deze cocktail heerlijk vind) waren we getuigen van de meest perfecte zonsondergang die we ooit hebben gezien. Alle mensen om ons heen stonden met foto- en videocamera’s met ingehouden adem te kijken hoe een perfect ronde zon in een bijna wolkenloze lucht de zee in zakte. Het was een prachtig gezicht. We hebben het ook gefilmd. In precies vier minuten was het gebeurd. Eigenlijk een perfecte afs&l



Lientje
Wat een geweldig avontuur Jan! Thailand is prachtig
Ik ben er zelf dit jaar voor het eerst geweest, bewapend met een hoop 3 J’s liedjes op mijn Ipod is het extra genieten op het strand
Koh Tao is een prima duikstek, en helaas hoort zeeziekte daar ook bij, ik heb het ook aan den lijve mogen ervaren en heb de 30 meter duik moeten missen. Balen…....maarja, volgend jaar ga ik weer