BLOG

3JS reisverslag Costa Rica

29 november 2007

“Het leven is een feest maar je moet zelf de slingers ophangen.” Een beetje een lullige uitdrukking die je tegen zou kunnen komen in één of ander goedkoop carnavalsliedje. Zo’n liedje waarvan je buiten de carnaval om lichte braakneigingen kan krijgen omdat zo’n zin dan ook nog eens uit de mond komt van iemand die nou juist helemaal niet weet wat voor een feest het leven inderdaad echt kan zijn. Echter als Denise de woorden uitspreekt – en dat doet ze dus af en toe – dan is dat op die kleine momenten waarop ze mij, en ook zichzelf blij maakt met iets kleins zoals in dit specifieke geval een kop koffie met een speciaal koffielikeurtje dat ze twee uur daarvoor had gekocht op een marktje aan de overkant van de rivier terwijl ik aan deze kant langs de oever in een hangmat lag te denken en te wachten tot ze samen met de rest van onze groep terug kwam met het bootje.
We waren bijna aan het einde van de rondreis door het prachtige Costa Rica en pas als de reis op zo’n punt is aanbeland ga je in alle rust terugdenken aan wat je dan zoal gezien en meegemaakt hebt. “Zien” dat kun je in Costa Rica ontzettend goed. Heel veel en heel ver kun je zien over de uitgestrekte berglandschappen vanaf één van de twee- driehonderd hoge en minder hoge vulkanen waar het land zijn ontstaan en z’n schoonheid aan te danken heeft.
Costa Rica is  qua grootte vergelijkbaar met Nederland maar telt maar zo’n krappe vier miljoen inwoners waarvan er zo’n twee miljoen in het centrale gebied rond hoofdstad San Jose wonen. Van de vulkanen zijn er nog zes “in leven” d.w.z. dat ze nog wel actief zijn maar slechts nog af en toe een beetje hoesten waardoor in de avonduren dan af en toe schitterde vuurwerkjes te zien zijn... niet teveel vuur natuurlijk... en ook niet elke dag... ook niet toen wij er gingen kijken... maar wel vaak. Zo stonden wij al gelijk de tweede dag dat we in t land waren om 8uur ’s ochtends op de rand van zo’n vulkaan op 2600 meter hoogte te kijken als radeloze tandartsen in de gigantische mond van de kolkende krater. Regenwater vermengd met zwavel, een mengsel dat een rotte eierengeur met zich meebrengt, borrelend van de hitte die vanuit t binnenste van de aarde naar boven wordt geduwd door de vulkaan Poàs. Het constante wolkje rook uit de mond sluit zich aan in het wolkendek dat om de top van de vulkaan heen hangt. Het enige dat je daar kan doen is staren naar de bubbels en de eindeloze deken van wolken waar je bovenuit steekt en denken aan het oer-oude natuurverschijnsel waar je bovenop staat; hoe weinig jij als mens dan eigenlijk bent met je eigen wereldje dat je daar aan de andere kant van de aarde aan het opbouwen bent en waarvan je vaak denkt dat het heel wat begint voor te stellen op wereldniveau.
Teruggekomen in San José van deze excursie ontmoetten we voor t eerst onze reisgenoten voor de komende twee weken. Een relatief klein groepje mensen en op t eerste gezicht heel divers.. We waren met 10 personen en de leeftijden lagen flink uit elkaar. Frits en Georgette, twee begin-60-ers, Peter en Hettie twee begin-50-ers, Chritt en Els, twee begin-40-ers, Denise en ik, 29 en 32 en Tamar en Edwin, allebei eind 20. Qua leeftijd ontzettend ver uit elkaar dus maar er waren natuurlijk die belangrijke dingen die wel alle tien gemeen hadden. We houden van vakanties in landen waar rust heerst en mooie natuur is. De één wat meer dan de ander misschien maar dat maakt t leuk want zo breng je mekaar weer op ideeen.
De rondreis hadden we geboekt bij de Nederlandse reisorganisatie Koning Aap. Onze reisleidster heette Cora, een 36 jarige sympathieke Nederlandse vrouw die 13 jaar geleden naar Costa Rica emigreerde nadat ze had deelgenomen aan een uitwisselingsproject. “Pura Vida” het pure leven waar de Costa Ricanen dagelijks zo intens van genieten steeg haar ook naar het hoofd en ze besloot te blijven en alles over het land te leren en “Dios Mio” Mijn God  wat weet Cora ondertussen veel over Costa Rica. Tijdens de wandelingen door  de vele nationale parken die t land rijk is raakte ze niet uitverteld over de zeldzame palmen, de honderd jaar oude bomen, de giftige- en niet giftige kikkers, de brul- en andere apen (waarbij ik uiteraard heel grappig opmerkte dat in Volendam ook een heleboel brulapen rondlopen... en dan lachen natuurlijk!), de enorme leguanen en de honderden kleurrijke vlinders en vogelsoorten. De tweede dag van onze trip werden we naar zo’n national park gereden op een paard... natuurlijk vind ik t leuk als jullie mij dan voor jullie zien als een echte cowboy met een zakdoek om me nek en een holster met twee geladen pistolen stoer bungelend op mijn heupen maar niets was minder waar. Zo’n paardenritje is natuurlijk superleuk en relaxed en je komt langs paden die te voet of met de auto niet begaan kunnen worden maar we moesten wel zo’n wit plastic rolschaats-helmpje dragen terwijl we in een slakkengangetje achter mekaar aan hobbelden. Een heel laag Clint Eastwood gehalte dus. Het enige spannende momentje was toen de gids met ons en alle paarden een weiland vol met stieren overstak... toen had deze cowboy het gewoon even benauwd. Die avond rond half 6 bekeken we vanaf een heel hoog uitkijkpunt in doodse stilte voor de eerste keer hoe de zon, omringd door de prachtigste avondkleuren met een noodvaart achter de horizon zakte waarna we met onze schijnwerper terugliepen naar het restaurantje bij onze lodge voor onze eerste heerlijke verse Pina Colada waarvan er nog een heleboel zouden volgen.
In Costa Rica is het een heel jaar warm, minimaal 25 graden. De vier jaargetijden zoals wij die kennen die hebben ze daar niet. Ze hebben daar in principe maar twee jaargetijden: De zomertijd en de Regentijd en de regentijd is ongeveer van juni tot en met november en november was het dus nog volop. Dat betekent dat wij wel degelijk veel regen hebben gezien en gevoeld... In ieder geval iedere dag maar meestal valt t óf  ’s ochtend óf ’s avonds... meestal.. maar in de vijf dagen die voor ons volgden waren er dus vier bij waarbij het bijna de hele dag regende. Dit kwam ook doordat we in nevelwouden en regenwouden heel hoog in de bergen zaten waar de regenwolken op ooghoogte voorbij sjeesden en uit elkaar waaiden... wel nat maar tegelijkertijd heel interessant en bovendien had ik tijdens de natte dagen mooi de tijd om een flink stuk te lezen in het vierde deel van Harry Potter.. “The Goblet of fire”.. fantastisch!
Het makkelijke van reizen met Koning Aap is dat de excursies optioneel zijn. Vanaf iedere plek die bezocht wordt zijn er meerdere excursies mogelijk maar als je helemaal niets wil doen dan is ’t ook goed. Zo besloot ik die ene dag dat het naar mijn mening te hard regende, om de rest van de dag door te brengen in Engeland op de Hogwarts school voor tovenarij samen met Harry P. en zijn kornuiten... wat een spanning!
Na zo’n zeven dagen rondreizen begin je pas echt lekker in t vakantieritme te komen en denk je niet meer zoveel aan je werk, je telefoon of je computer.. dan gaat t de goede kant op. Overigens begint dan ook je spiegelbeeld te vertellen dat je al een tijdje niet meer in de sportschool bent geweest maar daar moet je dan maar niet teveel in je zwembroek voor gaan staan. Je wordt aan de andere kant ook al mooi bruin, ook een vereiste als je in de winter naar een ver warm land gaat anders kun je als je terug bent niet nagenieten van de jaloerse blikken van de verkleumde thuisblijvers. We brachten met de groep steeds overal twee nachten door in houten tweepersoons huisjes (lodges) in natuurlijke resorts dat wil zeggen dat steeds midden in een natuurgebied een groot aantal van die huisjes gebouwd zijn met paden die door een tropische tuin ernaartoe leiden, een niet al te groot of te luxe zwembad, een receptie en een restaurantje die meestal ook van hout in elkaar getimmerd waren. Ontzettend sfeervol allemaal en tropisch met de vele vogels en vlinders die rond de huisjes te zien en te horen zijn. De excursies bestonden nog steeds vooral uit wandelingen waarbij we maar geen genoeg kregen van de prachtige uitzichten zoals toen we honderden meters hoog aan de voet van een vulkaan zaten op bergen van zwart versteend lava in doodse stilte luisterend naar het gerommel van de vulkaan waarvan we het bovenste gedeelte nieteens konden zien door de wolken eromheen. Foto’s nemen, filmen.. we deden het allemaal wel maar t geeft niet.. je moet er daadwerkelijk lijfelijk zitten en dan voel je iets magisch.
Aan t einde van die prachtige zonnige dag gaven we ons in al ons enthousiasme op om de volgende ochtend te gaan raften op een iets te wilde rivier die vanwege de vele regenval van de afgelopen week duidelijk veel te hoog stond. Om acht uur de volgende morgen stonden we (de zes jongste mensen van de groep) daar aan de kant van die rivier in de stromende regen met zwemvesten aan en helmen op te luisteren naar de gebrekkig Engelse instructies van de Costa Ricaanse begeleider die eenmaal in het water een stuk minder serieus en streng bleek te zijn. Terwijl we voor aanvang ietwat treurig waren om de regen die werkelijk met bakken uit de hemel kwam bleek het al snel een waar spektakel waarbij de regen eigenlijk niet zo erg was en zelfs voor extra sensatie bleek te zorgen. “De regen is welkom en warmer dan ’t water in de rivier... ieder jaar wordt t mooier hier. Al moet ik gaan ik verlaat je nooit meer.”
Bij zulke mooie tropische landen hoort ook regen. De lokale bevolking loopt er zonder paraplu doorheen alsof het er niet is en kinderen laten zich zelfs expres naast een grote plas in de goot zeiknat spatten door een voorbijrijdende bus. Nog nat van het raften reisden we verder met de groep naar de Caraibische kust van het land. De oostkust met het plaatsje Puerto Viejo (oude haven) en het plaatsje Cahuita. Het zijn twee dorpjes niet groter dan een paar straatjes waar het krioelt van de rasta-negers die daar tientallen jaren geleden vanuit Jamaica zijn gekomen, blijkbaar omdat Jamaica ondanks dat iedereen daar zingt over peace and love ontzettend veel criminaliteit kent... iets waar de meeste stonede, wietrokende rasta’s zich liever niet mee bezig houden. Ze zitten liever hun hele leven met hun ongewassen dreadlocks langs het strand met een joint in het hoofd half te slapen met een ananas-sapje in hun handen... en gelijk hebben ze! Ik was er helemaal op m’n plek. Uit alle tentjes klonk de stem van Bob Marley... de Messias.. de Jezus Christus van het Caraibisch gebied... die het woord van Jah.. zijn vader verkondigde: “Allemaal lief zijn voor mekaar”.. “Allemaal dansen op reggae-muziek”... “Allemaal verantwoord wiet roken” en als de sherrif je wiet afpakt dan schiet je ‘m dood. We huurden er een fiets voor een euro per stuk en zwommen net voor zonsondergang aan een leeg strand omringd door palmbomen in een wilde zee met hele hoge golven. Nog nooit bracht ik zo lang door in het water langs het strand. Verschillende melodieën en teksten kwamen in m’n hoofd toen ik daar in m’n eentje aan het vechten was met de golven. Het rare gevoel in je maag dat je dan krijgt als je om je heen kijkt en ziet waar je bent heet volgens mij “geluk”.
Na zonsondergang keerden we terug naar de lodge, naar de rest van de groep die die dag niet met ons mee waren geweest maar hadden gewandeld in het National Park Cahuita waar ze weer een heleboel brul- en andere apen hadden gezien. Geen stonede apen die wij tegen waren gekomen. We dronken met z’n allen Pina Colada’s en aten vis terwijl ik ze voor het eerst wat muziek liet horen van de 3js. Slechts één van de heren van de groep kende onze singles omdat hij dagelijks naar radio 2 luistert waar wij heel vaak gedraaid worden. Verder ging er bij het horen van “Net Alsof” nog ergens een belletje rinkelen maar de rest van de groep moest zich toch echt verontschuldigen....ze hadden nog nooit van ons gehoord. Maakt niet uit... lekker rustig. Wel vonden ze de liedjes die ik liet horen heel mooi en ze besloten allemaal om na terugkomst ons album aan te schaffen.. vooral met de “niet goed geld terug”-garantie die wij meegeven aan onze klanten.
De ochtend erna vertrokken we al heel vroeg verder landinwaarts om om half 11 een bootje te kunnen halen dat ons in anderhalf uur tijd over een rivier door een schitterend gebied naar de volgende lodge te varen. Het resort waar we heengingen was alleen te bereiken met een bootje en tevens het mooiste van allemaal wat betreft de ligging.. met huisjes en hangmatten pal naast de rivier. De directrice meldde ons dat we geluk hadden met t mooie weer omdat t daar de twee vorige dagen aan één stuk door had geregend waarbij het hele zootje onder water had gestaan. Niks meer van te merken. Het was die namiddag dat ik in m’n eentje in die hangmat lag te lezen terwijl de rest van de groep naar t dorpje aan de overkant waren om te wandelen en te kijken bij een schildpadden-opvang waarbij ze werd uitgelegd dat de schildpad wereldwijd aan het uitsterven is. Iets dat natuurlijk heel ernstig is vooral als je weet dat de schildpad een dier is dat al in deze hoedanigheid voorkwam in de oertijd en dus één van langstbestaande diersoorten is. In de afgelopen twintig jaar is zo’n 60-70% van de schildpadden verdwenen. Ik was dus eigenlijk blij achteraf dat ik niet mee was gegaan om het tragische verhaal aan te horen. Ik lag met een boekje in m’n hand te zwaaien toen ze terug kwamen varen “Pura Vidaaaa!”
De volgende ochtend zaten we al om zes uur met de hele groep in een bootje en vaarden we muisstil langs de oever van de rivier om zo te kunnen spotten hoe vogels, aapjes, otters en kaaimannen zich in de vroege ochtenduren gedroegen. Heerlijk om daar op zo’n warme ochtend te zitten staren in een aftakking van de rivier varend tussen en onder al dat groen door terwijl af en toe iemand roept “Kijk daar... een toekan!” of een aap. Iedereen in de groep werd steeds scherper en oplettender alleen ik niet. Ik zou het nog presteren om een dinosaurus niet op te merken als ie voor me neus voorbij liep. Om half negen waren we alweer terug en ik trok me gelijk terug in de hangmat met uitzicht op de rivier met een boekje en m’n mp3-speler die ik voor de vakantie van allerlei zonnige muziek heb voorzien maar die ik in dit geval niet gebruikte omdat ik liever luisterde naar de rust, de natuurgeluiden en af en toe het geluid van een voorbijgaand bootje. Voor deze geluiden legde ik mijn boek dan af en toe neer om ze beter in me op te kunnen nemen. De hele dag heb ik vervolgens doorgebracht in de hangmat met m’n boek (ondertussen was ik al bezig in een ander mooi boek) en bij zonsondergang maakten we nog een paar foto’s van het schilderachtige tafereeltje dat niet vergeten mocht worden.
De volgende dag was het zaterdag. Niet dat het daar belangrijk is welke dag het is of hoe laat... nergens hangt ook een klok... maar voor de rest van de groep was het de laatste dag van de reis en voor ons het moment om afscheid van ze te nemen omdat wij al maanden geleden hadden besloten om de reis met drie dagen te verlengen zodat we na de georganiseerde rondreis nog even lekker ergens op een strand konden slenteren. We hadden gekozen voor de zuidoostkust, de Caribische kust waarlangs de reggaedorpjes lagen waar veel back-packers kwamen zoals wij maar we hadden alleen nog geen lodge geboekt. We hadden afgesproken dit tijdens de rondreis zelf te regelen via internet en we kwamen bij een lodge-resort dat op z’n site een heel positief verhaaltje had gezet van een gast. We boekten het zonder dat er foto’s te zien waren en gingen ervanuit dat het wel luxe genoeg zou zijn aangezien het ook niet goedkoop was. Daar aangekomen bleek het in ieder geval het meest bijzondere resort van allemaal. Houten hutten op palen midden in het bos, zorgvuldig tussen de bomen in geplaatst zonder dat er één boom voor gekapt was. Vanaf de hutten liepen houten paden met lampionnen langs de zijkanten richting de receptie en het restaurant, twee behoorlijk grote houten gebouwen die letterlijk om de bomen heen gebouwd waren. De dikke boomstammen groeiden tussen de tafeltjes door door het dak van het restaurant de hemel in. Toen we er zaterdagmiddag aankwamen hadden we een beetje het gevoel dat we genaaid waren met de prijs en het zag er ook nog eens allemaal een beetje verlaten uit en donker omdat er in het resaurant ook geen zonlicht kon komen door de dichte begroeiing van de bomen heen. Ook op het strand waar één van de paadjes naartoe leidde was geen sterveling te bekennen en voor het eerst kreeg ik behoefte aan rijen met zonnebadende, kuilengravende Duitsers en gebruinde surfboys met een geldtas en ligkussens.
We besloten weer een fiets te huren (dàt kon daar dan weer wel) en we fietsten naar een dorpje (lees: nederzetting) waar we eerder die week al heerlijk hadden gegeten in een redelijk groot restaurant. Het was toen een regenachtige pikdonkere avond geweest en het restaurant heel rustig. Nu was het zaterdagmiddag drie uur en het restaurant dat twee verdiepingen bleek te hebben was aan de onderkant ineens een gezellige kroeg geworden waar alle rastamannen en dikke en minder dikke negerinnen samen waren gekomen om te genieten van cocktails en keiharde reggae... Heerlijk! De iets jongere mensen van t dorp verschansten zich als heuse hangjongeren allemaal dicht bij elkaar op t strand dat er pal naast lag. We dronken een Pina Colada en zaten daarna nog even op t strand waarna we snel vertrokken om nog voor het donker terug te zijn want straatlantaarns daar doen ze niet aan daar waardoor je ’s avonds echt geen hand voor je ogen kan zien.
Toen we terug waren in de hut konden we pas zien hoe bijzonder het complex was. De hutten waren rondom vijwel helemaal open met één groot muskieten-net eromheen. De verliching bestond uit drie niet al te felle schemerlampjes en van buitenaf gezien zag het geheel er sprookjesachtig uit in het pikdonkere woud. Ook de inrichting van de hutten was prachtig mooi en keurig netjes afgewerkt met twee hemelbedden waarvan de gordijntjes eromheen gesloten konden worden zodat het één grote klamboe werd... wat ontzettend hard nodig was overigens want ik ga het in dit verhaal niet hebben over de muggenbeten die we tijdens de reis gehad hebben. Verder was er een leeshoekje en een keurig badkamertje dat van de rest van de hut werd gescheiden door een gordijn. Die avond voordat we in slaap vielen konden we nog even volop genieten van de keiharde dierengeluiden uit de bomen waartussen we lagen en probeerden nog de apen die we hoorden te spotten met een schijnwerper vanuit ons bed en ’s nachts werd ik nog meerdere malen wakker door de keiharde tropische regenbui op het rieten dak.
De volgende ochtend om half 9 gingen we weer naar Puerto Viejo, het reggaedorpje waar we al eerder waren geweest om het transport te regelen voor de volgende en laatste dag terug naar hoofdstad San José. Voor dit ritje dat nogal duur zou zijn, namelijk 135 dollar, hadden we een goede tip gekregen van Cora. We boekten bij een adventure-kantoortje een dagje raften op een rivier halverwege Puerto Viejo en San José. Het busje zou ons ’s ochtends komen ophalen met al onze spullen en zou ons dan na het raften weer afzetten in San José voor het hotel waar we moesten zijn voor de laatste nacht. Dit alles voor 190 dollar inclusief de riviertocht van bijna vier uur en twee maaltijden. Zo konden we optimaal genieten van de terugreis voor weinig centen want hey... We blijven Hollanders he!!
Die één-na-laatste dag brachten we door aan het strand van Puerto Viejo met verse bananen-shakes onder een brandende zon en ik stuurde een paar sms-jes naar Volendam om (beetje gemeen) te vragen of het daar nog steeds zo koud was.
Het raften de dag erna was weer een onvergetelijk mooi tripje door een bijzonder fraai natuurgebied met watervallen, canyons en vele tropische vogels en we besloten het maar goed in ons op te nemen want morgen zou het over zijn.
Het hotel in San José was groot, chique en druk net als de hoofdstad zelf. Stinkend van de uitlaatgassen van de onophoudelijk toeterende auto’s. Ik hou niet zo van zulke hoofdsteden van “arme” landen met hun vervallen voorgevels en Burger Kings. We namen ook niet meer de moeite om een wandeling door de stad te maken en zijn gaan liggen lezen op onze hotelkamer na een cappuccino en een salade in de hotelbar.
De dag erna op het vliegveld kocht ik nog een cd met daarop een verzameling Costa Ricaanse dansmuziek die ik dan komend voorjaar weer ga beluisteren als in ons land de zon zich weer eens zal laten zien. In het vliegtuig keken we elkaar verbaasd aan toen we uit de speakers een lied hoorden van Racoon... onze eigen Racoon... Nederlandse Britpop. Achter ons lachten een paar echte Nederlanders om Nederlandse humor. Eigenlijk waren we toen al terug. Ik voelde een koude rilling over m’n rug bij de gedachte aan de kou die ons te wachten staat voor de komende maanden. Totdat het vliegtuig boven de wolken verdween staarde ik uit het raampje en zwaaide met m’n hart naar Costa Rica... het mooiste land van de wereld. Ik kan me moeilijk voorstellen dat er nog mooiere landen bestaan maar ik zal de rest van me leven me best doen om ze eventueel te ontdekken.



Tot zover deze aflevering van 3JS-Travel. De volgende aflevering zal ongeveer over anderhalf jaar zijn en voor de bestemming wordt getwijfeld tussen Brazilie, Argentinie, Cuba, Mexico, Thailand, Afrika, Indonesie en nog een aantal landen.
Voor meer informatie over deze en andere rondreizen ga je naar http://www.koningaap.nl 





 

Reageer als eerste
om berichten te plaatsen